29 augustus 2021: verkondiging

22e zondag door het jaar (b)
Pastoor Eric Fennis
Basiliek van de H. Nicolaas te Amsterdam

Lezingen:
Deuteronomium 4, 1-2,6-8

Jacobus 1, 17-18.21b-22. 27
Marcus 7, 1-8.14-15.21-23

Veel ouderen onder ons kennen de begrippen nog wel die jonge ouders vroeger bij de opvoeding van kun kroost meekregen: rust, reinheid en regelmaat. Tegenwoordig schudden nog wat grootouders hun hoofd als ze zien hoe hun puberende kleinkinderen soms met deze zelfde begrippen door het leven gaan, alleen dan met het woordje ‘on’ ervoor.
Maar zegt u nou zelf, leverde u niet af en toe strijd met uw ouders over wat wel en niet mocht? Dat is toch van alle generaties? En een beetje strijd hoort er toch uiteindelijk ook bij? Het betekent loslaten en dat is voor ouders en puberende kinderen soms een ingewikkeld proces.

Vandaag komen we in het evangelie de vraag tegen naar het juiste evenwicht bij regels en wetten, voorschriften en richtlijnen. Sinds de jaren 1960 is dit een gevoelig punt. Toen begon gaandeweg een reactie te komen op de strenge opvoeding, waarbij de klacht was dat generaties lang men precies wist wat in de opvoeding goed of fout was en waar dikwijls weinig ruimte was voor persoonlijke keuzes en zelfontplooiing.
De reactie vanaf de jaren 1960 is bekend. Die loopt van flower power en hippies tot generatie X.

En toch weet iedereen wel dat je regels nodig hebt. De beste leerkrachten bijvoorbeeld weten binnen de chaos en dynamiek van hun klas structuur en orde te bewaren. Kinderen weten waar ze aan toe zijn, leren de grenzen kennen en voelen zich goed. Dat geldt voor volwassenen precies hetzelfde.

Rust, reinheid en regelmaat. Ouderwets of misschien toch richtlijnen voor het dagelijks verkeer, voor school en werk, voor liturgie en leven.
Richtlijnen die stabiliteit brengen waardoor mensen hun leven op orde krijgen. Wie is er niet bij gebaat? En waarom is er toch soms zo’n weerstand tegen?

Jezus wijst ons vandaag op een soort gulden middenweg. Maar die is niet gemakkelijk. Het verwijt dat de Farizeeën maken is eigenlijk gericht op Jezus. Ze spreken wel over de leerlingen: ‘Waarom houden uw leerlingen de gewoonten van de voorvaderen niet aan?’ Maar eigenlijk zeggen ze: ‘Het zijn uw leerlingen, hebt u ze niet geleerd zich beter te gedragen?
Jezus reageert heel direct, want als je zo oppervlakkig andere mensen aanvalt, dan mag Hij hen de spiegel voorhouden. En Hij zegt: ‘Niet wat van buiten komt maakt een mens onrein, maar wat van binnen zit en naar buiten komt. Niet eten, werk, een dode of bloed maken je onrein. De onreinheid zit in je hart.’

Onreinheid begint in je hart; in je gedachten, in het toelaten van verlangens die niet goed zijn.
Jezus vertaald als het ware de tien geboden, de tien leefregels in de lijst van ondeugden die ontstaan als je geen teugels legt aan je eigen innerlijk.
En Hij zegt uitdrukkelijk: ‘uit het hart van de mens komen boze gedachten, ontucht, misbruik, diefstal, moord, echtbreuk enz. Hij noemt er zo’n 13 die je zo over de tien leefregels heen kunt leggen. Ze komen niet van buiten, maar uit je hart.

Daarom wil Jezus allereerst ons hart genezen, omdat Hij weet hoe gevoelig dat hart kan zijn. Het kan gekwetst worden, maar dus ook verharden. Hij heeft geduld met mensen en wil ons telkens een nieuwe kans geven, maar is tegelijkertijd heel principieel. Daarom gaan bij Hem wijsheid en liefde hand in hand. Hij geeft ons geen richtlijnen om ons te pesten. Hij geeft ze ons om ons te behoeden voor zaken die niet goed voor ons zijn. Ouders en andere opvoeders doen dat als het goed is richting hun pubers ook, die vaak denken zelf wel te kunnen bepalen wat goed voor hen is. Maar als wij eerlijk naar onszelf kijken? Zijn wij dan ten opzichte van God nou zoveel volwassener?

We hebben de tijd van de verzuiling al lang achter ons. Velen zijn er niet rouwig om en onze kinderen kennen dit begrip alleen nog uit geschiedenisboekjes. Maar mag je na 60 jaar misschien toch ook zeggen dat er met die zuil veel meer verloren is gegaan? De tijd van angst voor God en de nadruk op de zonde is voor velen gelukkig voorbij. Maar mag je na 60 jaar misschien toch opmerken dat daarmee ook veel van het geloof in God en eerbied voor het heilige is verdwenen?
De tijd van scrupuleuze preutsheid, seksuele onwetendheid en rigide afstandelijkheid mag dan ook tot geluk van velen voorbij zijn. Maar mag je na 60 jaar misschien vaststellen dat met het opruimen van taboes ook veel huwelijkstrouw, respect voor het ongeboren leven en innerlijke zuiverheid verloren is gegaan? Maar gaat het bij dit alles niet uiteindelijk om het evenwicht te bewaren dat Jezus ons zelf vandaag in het evangelie voorhoudt?

Want alleen maar handelen met ons verstand kan ons hart ook negatief beïnvloeden. Alleen maar handelen vanuit liefde helpt onze naasten en onszelf misschien ook niet altijd verder. De balans tussen beiden vinden, dat is de kunst en dat getuigt van een oprechte zorg, een zorg die de goede God in Zijn oneindige geduld ook voor ons heeft.

Reinheid, rust en regelmaat; het blijft toch het beste medicijn voor een gezond hart! En een gezond hart geeft ruimte om Gods liefde te kunnen ontmoeten en Zijn opdracht te kunnen volbrengen.