Jaren geleden verhuisde Annemiek Schrijver van de grote stad naar een dorp. Het grootste verschil? In het dorp kijken de mensen echt naar elkaar om. ‘We kunnen kiezen tussen onverschilligheid en betrokkenheid’, schrijft ze in haar column.
'Tijdens mijn laatste maand in Amsterdam werd er op een nacht luidruchtig ingebroken. Hoewel ik stiekem onder de indruk was van de vakkundigheid van de inbreker, knapte ik af op mijn buurvrouwen die me de volgende ochtend opgewekt vertelden dat ze het lawaai gehoord hadden.
‘Maar niks gedaan’, mompelde ik. Zo reageerde men in 1943 ook niet op het wegvoeren van de buren. Die zin slikte ik in. Het is geen oorlog en stel je niet aan.
Ik ben in een dorp gaan wonen. Vanavond kom ik daar laat thuis. Terwijl ik de huissleutel in het slot steek, breekt deze als een bros koekje af. Op mijn telefoon zoek ik lukraak naar een handig mannetje in de buurt. Dat blijkt zowaar te bestaan.'
'De situatie werkt op mijn lachspieren'
'Even later arriveert een oudere sleutelspecialist. Tenminste, dat zegt hij te zijn. Misschien is het wel weer zo’n brutale boef waar ik heimelijk respect voor heb.
Kennelijk denkt hij hetzelfde van mij, want ik moet me legitimeren. Het zal niet de eerste keer zijn dat een kraakzettende bandiet hem om hulp vraagt. De situatie werkt op m’n lachspieren. Met inbreekspullen weet hij de voordeur open te wippen.
Het is bijna middernacht als m’n telefoon gaat. De buurvrouw. Of die man bij m’n voordeur niet een aanrandende indringer is. Haar oplettendheid raakt me. Dag en nacht kunnen we kiezen tussen onverschilligheid en betrokkenheid.'