Annemiek Schrijver's zelfbeeld wordt even flink op de proef gesteld, schrijft ze in haar nieuwe column. 'Ik ben me kennelijk gaan inbeelden dat ik veel wel begrijp. Dat blijkt niet zo te zijn. Mijn eigenhandig opgebouwde identiteitje kreeg een opdoffer.'
'Jarenlang mocht ik genieten van de wijze zelfrelativering van een zesendertig jaar oudere makker. Ik noemde hem mijn rijpe concertvriend. Hij is overleden, maar zijn uitspraken zijn springlevend.
Een ervan is: ‘Wat weet ik ervan?’ Dat zei hij weliswaar meestal na een gepeperde uitspraak van hemzelf, maar toch. Wat weet ik ervan? Ook al vond ik dit altijd al een hele goede vraag, pas nu dringt de diepte ervan tot me door.
Vandaag onthulde een vriend schoorvoetend dat hij gelooft in een bepaalde complottheorie die in mijn oren als behoorlijk twijfelachtig klinkt. Ik was verbijsterd, vooral vanwege het feit dat hij deze overtuiging zo lang voor zich heeft gehouden.'
'Mijn identiteit kreeg een opdoffer'
'Waarom? Ik was toch zo’n veilige en oordeelloze luisteraar? Mijn eigenhandig opgebouwde identiteitje kreeg een opdoffer.
Een andere man in mijn omgeving zit vast, zowel in de vorm van gigantische rommel in huis en tuin, als in zijn carrière. Maar praktische hulp weigert hij. Ook hier past de hamvraag ‘wat weet ik ervan?’
Door beroepsdeformatie ben ik me kennelijk een beetje gaan inbeelden dat ik veel wel begrijp. Dat blijkt niet zo te zijn. Ik kan me niet in alles inleven en sommige dingen staan me tegen.
Is er dan nog een andere optie dan weglopen? Kan een mens aandachtig en beschikbaar blijven, ook als de situatie ongemakkelijk wordt? Ik zie een nieuwe hobby aankomen.'