'Mijn ouders verlieten hun huis voor voedsel'

Na de Tweede Wereldoorlog zette een kerkelijke gemeenschap in Coventry zich in voor vrede en verzoening. Inmiddels vindt elke vrijdag op tweehonderd plaatsen wereldwijd het Coventry gebed plaats, ook in de Lebuïnuskerk in Deventer.

Zonnestralen schijnen door de glas-in-loodramen en vallen als strepen op de muren van de Lebuïnuskerk in Deventer. Je kunt bijna niet anders dan stil worden als je de kerk betreedt. Deze muren kennen oorlogsverhalen, van mensen die hier schuilden, of gewond binnenkwamen. De kerk overleefde ternauwernood de bombardementen van de Engelsen en juist op deze plek waar mensen hun veiligheid zochten, is er elke vrijdagmiddag ruimte voor het Coventry gebed, een gebed voor vrede en verzoening.

Lebuinuskerk
Deventer

Dirk Horstman van de Protestantse Gemeente Deventer gaat deze vrijdag voor in het Coventry gebed. Hij steekt alvast kaarsen aan, kijkt bedachtzaam op zijn papier en drinkt dan langzaam van zijn koffie. ,,Die wekelijkse stilte is belangrijk voor mij", begint hij. ,,Ik vind het goed stil te staan bij wat er op aarde gebeurt." Daarnaast denkt Dirk ook aan mensen die dichtbij hem staan. ,,Mijn broer is ziek en een andere broer van mij stierf aan een ziekte, op zijn 45ste. Ik bid voor de gezondheid van mijn broer en voor gezondheid in het algemeen, het is niet vanzelfsprekend."

Mijn vader gaf al het voedsel aan mijn moeder

Dirk denkt tijdens het gebed ook aan zijn ouders. Dirk werd tien dagen na de oorlog geboren. ,,Maar het was kantje boord", zegt hij. Zijn vader en moeder woonden ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in Den Haag. In de Hongerwinter vertrokken zijn ouders noodgedwongen. ,,Er was geen eten in het westen. Mijn vader had al hongeroedeem, toch gaf hij al het voedsel dat er was aan mijn moeder. Zij was namelijk zwanger van mij."

Dirk Horstman
Dirk Horstman maakt zich klaar voor het gebed.
Jos in Deventer
Presentator Jos van Oord woont het Coventry gebed bij.

Zijn ouders maakten te voet een tocht van wel 85 kilometer door de sneeuw, met in de kinderwagen de broer van Dirk, die toen pas twee jaar was. Het gezinnetje overleefde de tocht. ,,Mijn ouders waren naar de ouders van mijn moeder gelopen, in Leerdam. Zij hadden namelijk twee varkens en een moestuin, daar was eten."

Jos
Predikant Ingrid de Zwart met Jos in de crypte.
Jos
Jos is onder de indruk van de Lebuïnuskerk.

Al gauw na de geboorte van Dirk woonde het gezin weer in Den Haag. ,,Mijn moeder overleefde mijn geboorte en ik ben er ook nog steeds, maar het scheelde niet veel." Aan Dirk was als pasgeborene wel te zien dat hij tekort had gehad in de buik. ,,Mijn moeder schaamde zich daarvoor en daarom durfde ze niet met mij naar buiten, bang voor de mening van anderen. De buurvrouw had het door en daarom zei ze op een dag: 'Ik ga wel met Dirk naar buiten.'"

Verbondenheid

Dirk beseft nu wat een opgave het was voor zijn ouders die tocht te maken. ,,Ik ben dankbaar en ik bewonder de kracht van mijn ouders."

Het is tijd. Dirk kijkt de kring rond. Ondanks het coronavirus is er een mooie opkomst. Zo'n vijftien mensen zitten klaar voor het gebed. En dan te bedenken dat op dit moment op tweehonderd plekken in de wereld mensen even stil zijn. Of ze nu denken aan vroeger, aan oorlog van toen of nu of aan iets aangrijpends in het eigen leven, die verbondenheid lijkt even door de oude muren van de Lebuïnuskerk te komen.