Het historisch consistorie van 1946

Rome, 18 februari 2026 – Vandaag is het precies 80 jaar geleden dat paus Pius XII voor het eerst een consistorie hield om prelaten tot het kardinalaat te verheffen. De Heilige Vader creëerde toen maar liefst 32 kardinalen uit alle delen van de wereld. Onder hen zaten personen, zoals aartsbisschop Jan de Jong van Utrecht, die later grote historische betekenis zouden krijgen. 

Het vorige consistorie dateerde van 1937, in het pontificaat van Pius XI (Achille Ratti). Zijn opvolger, Pius XII (Eugenio Pacelli), was gekozen op 2 maart 1939 in een conclaaf waaraan 62 ‘prinsen der Kerk’ hadden deelgenomen. Hij was voornemens het aantal kardinalen snel op te schroeven, maar de Tweede Wereldoorlog verhinderde dat.

Het vlak vóór Kerstmis 1945 aangekondigde consistorie van 18 maart 1946 in de Sint-Pietersbasiliek wordt als historisch aangemerkt omdat het plaatsvond terwijl de mensheid nog zuchtte onder de verschrikkelijke gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, maar ook omdat er nooit eerder in één plechtigheid zoveel nieuwe kardinalen aantraden. Zij kwamen uit negentien verschillende landen, waaronder de VS (4), Cuba, Mozambique, Libanon en voor het eerst China. De traditionele Italiaanse meerderheid in het College van Kardinalen was daarmee aanzienlijk kleiner geworden. Pius XII wilde zodoende het voornaamste gremium van de Kerk van Rome, toen nog steevast Sacrum Collegium genoemd, een betere afspiegeling van de katholieke wereldkerk laten zijn. 

Opmerkelijk was dat Pius aan drie bisschoppen uit het verslagen Duitsland de kardinaalshoed gaf. Net zoals De Jong hadden zij zich naar het oordeel van het Vaticaan heldhaftig opgesteld tegen de nazi’s. Het betrof aartsbisschop Josef Frings van Keulen, bisschop Clemens August graaf von Galen van Münster en Konrad graaf von Preysing Lichtenegg-Moos van Berlijn. 

Frings had zich publiekelijk uitgesproken tegen de Jodenvervolging, die hij een “hemeltergend onrecht” noemde. De 2,01 meter lange Von Galen, bijgenaamd ‘de Leeuw van Münster’ en in 2005 zaligverklaard, had zich fel gekeerd tegen het ‘euthanasieprogramma’ van de nazi’s, oftewel de door de staat georganiseerde moord op gehandicapten en psychiatrische patiënten. En in Berlijn, de hoofdstad van het Derde Rijk, had Von Preysing het misdadige bewind veroordeeld; hij was het die kolonel Claus graaf von Stauffenberg had gezegend voordat die Hitler zou proberen te doden. Dat de drie bisschoppen niet in een concentratiekamp waren beland of geëxecuteerd, kwam omdat de Duitse propagandaminister Joseph Goebbels het niet verstandig had gevonden om van hoge geestelijken martelaren te maken; de wraak op hen zou worden uitgesteld tot na de Endsieg.

De reis van Frings en Von Galen naar Rome duurde negen dagen. In het vernietigde Duitsland, waar toen sprake was van een hongerwinter, was het niet bepaald eenvoudig om zuidwaarts te reizen. Met behulp van een Britse brigadegeneraal wisten ze, vervoerd door legervoertuigen, Karlsruhe te bereiken, maar de trein aldaar naar Oostenrijk kwam vanwege slechte weersomstandigheden niet opdagen. In Karlsruhe stelde de generaal voor een omweg naar Parijs te maken. Aangekomen in de Franse hoofdstad kregen ze onderdak van de toenmalige apostolisch nuntius Angelo Roncalli, de latere paus Johannes XXIII. Vanuit Parijs namen ze de trein naar Milaan, waar ze hartelijk werden ontvangen door kardinaal Alfredo Schuster. De volgende dag konden ze eindelijk doorreizen naar hun eindbestemming. In de Eeuwige Stad gearriveerd troffen ze hun Berlijnse collega aan, die hun vertelde dat ook hij via Parijs gereisd was. Na het consistorie en de bijbehorende festiviteiten in Rome bood de nieuwe kardinaal Francis Spellman de drie Duitsers een door hem betaald vliegticket terug naar Duitsland aan. 

Francis Spellman, sinds 1939 aartsbisschop van New York en bisschop van de Amerikaanse strijdkrachten, zou tijdens de Tweede Wereldoorlog een cruciale rol hebben gespeeld in het behoud van Rome. Winston Churchill zou de Royal Air Force uit wraak voor de Italiaanse bijdrage aan de Blitz de opdracht hebben gegeven de Eeuwige Stad plat te bombarderen. Naar verluidt zou Pius XII dat net op tijd ter ore zijn gekomen. Via diens diplomatieke kanalen wist hij contact te leggen met Spellman. Als krijgsmachtsbisschop had hij betrekkelijk gemakkelijke toegang tot president Franklin Roosevelt; en die zou Churchill ervan hebben overtuigd om Rome intact te laten; hoewel, enkele stadsdelen ontkwamen in de zomer van 1943 niet aan de geallieerde toorn, waaronder San Lorenzo, waarbij ook de Basiliek van Sint-Laurentius buiten de Muren werd geraakt.   

Onder de 32 nieuwe kardinalen zat ook de Armeens-katholieke prelaat Grégoire-Pierre XV Agagianian, patriarch van Cilicië en bisschop van Beiroet in Libanon. In 1960 werd hij door Johannes XXIII benoemd tot prefect van de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren (Propaganda Fide). In het najaar van 2022 werd zijn zaligverklaringsproces geopend. 

In 1993 werd het zaligverklaringsproces geopend van József Mindszenty. Ook hij werd 80 jaar geleden kardinaal gecreëerd. Deze Hongaarse kerkvorst zou het symbool worden van het verzet tegen de communistische christenvervolging. Hij stierf in 1975 als balling in Wenen. 

Een ander lid van de groep van de 32 door Pius XII gecreëerde kerkprinsen was de toen 78-jarige Poolse aristocraat Adam Stefan Sapieha, de aartsbisschop van Krakau. In augustus 1944 was hij gedwongen het diocesane grootseminarie in het geheim voort te zetten, omdat de Duitsers seminaristen begonnen te vermoorden zodra ze hen aantroffen. Hij bracht zijn studenten, onder wie Karol Wojtyła, onder in het bisschoppelijk paleis in Krakau om hun opleiding af te ronden tijdens de nazi-bezetting van Polen. 8,5 maand na zijn kardinaalscreatie wijdde hij Wojtyła tot priester. Ook besloot hij de toekomstige paus naar Rome te sturen voor verdere studie. Johannes Paulus II beschouwde Sapieha als een van zijn invloedrijkste leermeesters. 

Een niet zo frisse figuur in het gezelschap van 32 nieuwe kardinalen was Antonio Caggiano, bisschop van het Argentijnse bisdom Rosario, die in 1959 door Johannes XXIII benoemd zou worden tot aartsbisschop van Buenos Aires. Vanaf 1946 zou hij een actieve rol hebben gespeeld bij de vlucht van nazi’s en oorlogsmisdadigers naar Zuid-Amerika. Eind 1960 sprak hij er in een interview met de Argentijnse krant La Razón schande van dat in mei van dat jaar geheimagenten van Israël Adolf Eichmann hadden ontvoerd. “Hij is naar ons vaderland gekomen om vergeving en vergetelheid te zoeken. Het maakt niet uit hoe hij heet, Ricardo Klement [de schuilnaam van Eichmann] of Adolf Eichmann, het is onze christelijke plicht om hem te vergeven voor wat hij heeft gedaan”, aldus kardinaal Caggiano. 

Onder de 32 was ook Ernesto Ruffini, die tijdens de Duitse bezetting van Rome als curieprelaat Joden aan onderduikadressen had geholpen. In oktober 1945 had Pius XII hem benoemd tot aartsbisschop van Palermo, Sicilië. Hem wordt nog altijd kwalijk genomen dat hij de macht van de Siciliaanse maffia bagatelliseerde en niet optrad tegen de verweving van misdaadsyndicaten en het kerkelijke leven.