Kasper: Küng verzoend met Rome

Rome, 8 april 2021 - De eergisteren op 93-jarige leeftijd overleden theoloog Hans Küng heeft zich vóór zijn dood met de Kerk van Rome verzoend. Dat zegt curiekardinaal Walter Kasper tegenover de Italiaanse krant Corriere della Sera.

Walter Kasper was ooit assistent van professor Küng in Tübingen, bij wie hij in 1964 habiliteerde (tweede academische promotie).

Lees: Hans Küng overleden

Kardinaal Kasper, emeritus president van de Pontificale Raad voor de Bevordering van de Eenheid der Christenen, zegt ook dat Benedictus XVI voor Küng gebeden heeft. De emeritus paus (Joseph Ratzinger) was in de jaren zestig Küngs collega-hoogleraar aan de Katholiek-Theologische Faculteit Tübingen. 

De in Rome wonende Kasper zegt verder dat hij afgelopen zomer namens paus Franciscus groeten en zegeningen over had moeten brengen. “Hans was daar erg blij mee, het was belangrijk voor hem”, zegt Kasper. “De paus zei me hem zijn groeten en zegeningen over te brengen in christelijke gemeenschap.” Küng voelde zich “in vrede met de Kerk en met Franciscus”; het was “een soort verzoening”, aldus de Duitse kardinaal.

Lees: Duitse bondspresident vol lof over Hans Küng

Volgens Kasper was het Küngs verdienste dat hij als theoloog met een voor iedereen begrijpelijke taal “velen had geholpen het geloof te vinden of in de Kerk te blijven”.

De 88-jarige Kasper, die Küng sinds het einde van de jaren vijftig kent, zegt dat zij ondanks hun meningsverschillen altijd contact met elkaar hebben gehouden.

De kardinaal noemt Küng een “harde criticus, soms oneerlijk”. Niettemin was Küng altijd “in het diepst van zijn hart een man van de Kerk en in de Kerk” gebleven. Volgens Kasper had Küng nooit overwogen de Katholieke Kerk te verlaten. “Zijn bedoeling was om zijn best te doen voor de Kerk, van binnenuit. Hij voelde zich altijd een christen en een katholiek.”

Küng werd in 1979 door het Vaticaan op de vingers getikt voor zijn kritiek op het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid in zijn boek Unfehlbar? Eine Anfrage (1970). Zijn kerkelijke zending (missio canonica) om te doceren aan een katholieke theologiefaculteit werd hem door de Duitse Bisschoppenconferentie ontnomen. Daarop werd hem door de Universiteit van Tübingen buiten de kerkelijke faculteit om een leerstoel Oecumenische Theologie aangeboden, die hij tot 1996 zou blijven bezetten. 

Küng bleef zijn straf vergeefs aanvechten bij de opeenvolgende pausen. Een formele rehabilitatie kan echter pas besloten worden na een canoniek proces. Daarover zegt Kasper: “Dat heeft geen zin, als je sterft voer je geen processen, omdat ons een ander tribunaal te wachten staat.”

Hans Küng was een groot criticaster van wat hij noemde de Romeinse machtskerk. Hij verzette zich onder meer tegen de uitsluiting van vrouwen van het priesterambt, tegen de celibaatsplicht van priesters van de Latijnse kerk en tegen de pauselijke leer over het gebruik van anticonceptie.

Zijn theologische tegenpool, Joseph Ratzinger, nodigde hem kort na diens verkiezing tot paus uit om hem te bezoeken in het paleis van Castel Gandolfo. Küng schrijft over die ontmoeting in september 2005 in diens boek Erlebte Menschlichkeit. Erinnerungen (2013). “De stemming is van begin af aan ongedwongen, bijna zoals in Tübinger tijden. Geen plechtige woorden. Hoewel hij bij ons laatste onderhoud aan de Chiemsee [in 1983] nogal krampachtig overkwam, en we al bij het eerste gesprekspunt volledig verschillende standpunten innamen, is hij nu weer zoals ik hem ken van vroeger: beminnelijk, opmerkzaam, vriendelijk, en nog steeds heel snel van begrip en rap in zijn formuleringen. Ja, bij bepaalde gelegenheden is er zelfs een spontane lach, die minder geforceerd aandoet dan het lachje van Walter Kasper dat niet alleen ik altijd wat krampachtig heb gevonden.” (vertaling: Uitgeverij Ten Have).

Benedictus XVI en Küng besloten bij hun ontmoeting geen theologisch twist gesprek te voeren, maar het te hebben over Küngs idee van een wereldethos, over de interreligieuze dialoog en de verhouding tussen geloof en rede. 

Later zou Küng zijn voormalige collega in een interview wegzetten als iemand die er middeleeuwse opvattingen van het pausambt op na houdt en die niet denkt vanuit het “paradigma van Vaticanum II”. Zowel Küng als Ratzinger fungeerden tijdens het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) als officieel door de paus aangestelde theologische deskundigen (periti).