Een aspergillum is een liturgisch voorwerp waarmee een voorganger personen, lijken of voorwerpen met wijwater besprenkelt.
Het Latijnse woord aspergillum betekent letterlijk ‘kleine sproeier’, van aspergere (‘verspreiden’, ‘uitstrooien’, ‘besprenkelen’), een samenstelling van ad- (= ‘naar’, ‘tot’) en spargere (‘sprenkelen’, ‘uitgieten’, ‘sproeien’).
In de katholieke eredienst bestaan drie soorten aspergilla:
- een kwispel oftewel een wijwaterkwast;
- een aspergil oftewel een geperforeerde, knotsachtige metalen bal met een handvat;
- een bundel takjes met loofbladeren, van bijvoorbeeld een buxus, oregano of hysop.
De gebruiker van een aspergillum doopt het betreffende voorwerp in een zogeheten aspersorium: een metalen emmer met wijwater, door kunsthistorici ook wel situla genoemd.
Een aspergillum wordt door een voorganger gebruikt op verschillende momenten, zoals:
- het Asperges me, een facultatief onderdeel van de boeteritus van de eucharistieviering;
- de zegening van de ringen bij een kerkelijke huwelijkssluiting;
- de besprenkeling van een lijkkist met wijwater tijdens de slotritus van een uitvaartmis;
- door een abt of prior als die aan het einde van de completen de monniken zegent;
- bij tal van zegeningen van dieren of voorwerpen, zoals vee en voertuigen.