Johannes van het Kruis

De heilige Johannes van het Kruis (1542-1591) is een van de belangrijkste mystici van de Katholieke Kerk. Als hervormer van de karmelietenorde stuitte hij op felle weerstand. Door zijn boetvaardig leven en zijn zwakke gezondheid onderging hij veel pijn. Lijden behoorde wezenlijk tot zijn spiritualiteit, die werd kenmerkt door het streven naar de mystieke vereniging met Jezus de Gekruisigde. Johannes (Juan de la Cruz) geldt als een groot Spaans dichter. Zijn liturgische feestdag is op 14 december.

Karmeliet
Juan de Yepes werd in 1542 te Fontiveros (Spanje) geboren als telg van een verarmde adellijke familie. Op achttienjarige leeftijd trad hij in bij de kloosterorde der Karmelieten. Op de universiteit van Salamanca studeerde hij filosofie en theologie.

Ergernis
Na kennis gemaakt te hebben met de geschriften van de Kerkvaders, begon Juan zich te ergeren aan het moreel binnen zijn orde. Hij miste het oorspronkelijke vuur van de eerste karmelieten in de 12e eeuw. Dat waren kluizenaars die op de berg Karmel in het Heilig Land zich geheel en al openstelden voor Gods genade.

Hervorming Karmel
Juan deelde zijn ergernis met de karmelietes Teresa van Avila. Deze gepassioneerde mystica won Juan voor haar plan de gehele Karmel te hervormen. Hun samenwerking was gebaseerd op zielsverwantschap en een zeer sterke geestelijke band. Beiden hadden ze een vurig verlangen te lijden voor Christus en beiden raakten ze regelmatig in extase als ze tot God baden.

Kruis
In 1568 werd Juan tot priester gewijd. In datzelfde jaar stichtte Juan als Pater Johannes van Sint Matthias in Duruelo het mannenklooster der Ongeschoeide Karmelieten. Hun levensregel was gebaseerd op Johannes' ascetische levenswijze en zijn mystieke ervaringen. Zijn spiritualiteit was gericht op het lijden van Christus. "Verlang niets anders dan het kruis", hield Johannes zijn medebroeders voor. Hij leerde hun dat een mens slechts dan God kon ervaren als hij zich met de Gekruisigde verenigde. Met deze spirituele overtuiging probeerde Johannes alle karmelietenkloosters te hervormen.

Kerker
Zijn hervormingsplannen stuitten al spoedig op weerstand bij de zogenoemde Geschoeide Karmelieten, de leden van de Karmelorde die alles bij het oude wilden laten. In toenemende mate zagen zij Johannes en Teresa als een bedreiging van hun kloosterlijke status quo. Om Johannes een lesje te leren werd hij op 3 december 1577 met geweld ontvoerd door geschoeide karmelieten. Zij wierpen hem in een donkere kerker van hun klooster in Toledo. Na enige maanden wist hij te ontvluchten. Later schreef hij dat die gevangenschap cruciaal was voor de verdere ontwikkeling van zijn spiritualiteit.

Donkere nacht
In de kerker beleefde hij de zogenaamde Donkere Nacht van het Geloof. Hij voelde zich door God verlaten en zijn gebed was dor. Juist op het moment dat hij bijna ten prooi viel aan wanhoop, ervoer hij Gods aanwezigheid. Deze diepe ervaring inspireerde hem tot het schrijven van mystieke poëzie. Daarin verbeeldde hij de goddelijke genade die zich ontfermt over de menselijke ziel. Later begon Johannes zijn gedichten te voorzien van eigen commentaar. Die zouden de kern vormen van zijn theologische geschriften. Daaraan bleef hij werken, ondanks de vele ontberingen die hij moest doorstaan. Zijn hoofdwerk is De bestijging van de berg Karmel.

Dood
Johannes van het Kruis stierf op 14 december 1591 in het klooster van Ubeda, uitgeput door extreme boetedoening en vele ziektes. Twee dagen later kwam de pauselijke erkenning van zijn levenswerk: de Orde der Ongeschoeide Karmelieten. Hij werd in 1726 heilig verklaard. Zijn lichaam wordt bewaard en vereerd in Segovia. Op de oude Romeinse kalender stond zijn feestdag op 24 november. Thans wordt zijn liturgische gedachtenis gevierd op zijn sterfdag, 14 december.

Kerkleraar
Omdat het kerkelijk leergezag zijn mystiek-theologische geschriften als een verrijking van de katholieke Traditie beschouwde, draagt Johannes van het Kruis sinds 1926 de titel van Kerkleraar. Paus Johannes Paulus II was sterk beïnvloed door zijn lijdensmystiek. Als jong priester schreef Karol Wojtyla in Rome een proefschrift over zijn werk.