
Na zijn overlijden wordt het lijk van de paus enige dagen opgebaard en daarna, aansluitend op een uitvaartmis op het Sint-Pietersplein, in de crypte van de Sint-Pietersbasiliek of elders begraven. In ieder geval wordt het lijk nooit gecremeerd. Eind november 2024 werden de rituelen van de pauselijke uitvaart door paus Franciscus sterk vereenvoudigd.
Opbaring
Rome is onder alle omstandigheden de plaats waar een pauselijke uitvaart plaatsvindt, ook wanneer hij elders is overleden. Het lichaam van de paus wordt na zijn overlijden, gehuld in een rood misgewaad, eerst opgebaard in de Sint-Pieter. Gedurende tenminste drie dagen schuift een onafzienbare stroom gelovigen langs de baar. Paus Franciscus heeft het gebruik afgeschaft dat het lichaam van een dode paus zich bevindt op een katafalk. In plaats daarvan staat er nu slechts een houten open doodskist.
Uitvaartmis
De uitvaartmis vindt plaats op het Sint-Pietersplein, dat ruimte biedt aan 300.000 mensen. De meeste leden van het College van Kardinalen zijn dan in Rome aangekomen en wonen de liturgische viering bij. Er bestaat geen bijzondere ritus voor een uitvaartmis van een paus: de normale liturgie, die geldt voor alle katholieken, wordt gebruikt.
Driedubbele kist
Vóór de hervormingen door paus Franciscus bestond de traditie van een driedubbele kist. De eerste doodskist was van cypressenhout. Na de requiemmis werd die gelegd in een zinken kist. Die werd dichtgelast om ervoor te zorgen dat er geen lucht en vocht bij het lijk konden komen zodat de nare gevolgen van ontbinding zoveel mogelijk werden vermeden. Vervolgens werd het geheel gelegd in een kist van van massief eiken. Paus Franciscus heeft deze traditie van de driedubbele kist afgeschaft.
Evangelieboek
Tijdens de uitvaartmis staat de gesloten kist met daarin het lichaam van de paus centraal op het bordes van de Sint-Pieter. Op de kist ligt een evangelieboek als symbool voor het fundament van het geloof. Naast de kist staat een kandelaar met daarop een paaskaars: symbool van het licht van Pasen, symbool van de Verrijzenis.
Vaticaanse grotten
Volgens het nieuwe rituale (boek waarin het ritueel beschreven staat) van de pauselijke uitvaart (Ordo Exsequiarum Romani Pontificis; 2024) kan een paus ervoor kiezen om buiten het Vaticaan begraven te worden. Zo gaf paus Franciscus aan dat hij de grootbasiliek van Santa Maria Maggiore als zijn laatste rustplaats wenste. Veel pausen zijn begraven in de crypte van de Sint-Pietersbasiliek, ook wel de Vaticaanse Grotten genoemd. De crypte wordt bereikt via de zogenoemde 'Deur des doods', linksvoor in de basiliek. De deur is opgenomen in het grafmonument van paus Alexander VII (1655-1667). Het is een kunstwerk dat wordt toegeschreven aan Gian Lorenzo Bernini (1598-1680), die waarschijnlijk alleen het ontwerp maakte. Weergeven wordt de dood, een verguld skelet, die zich opricht en daarmee een breed tapijt optilt, waardoor de poort die toegang geeft tot de eeuwigheid wordt onthuld. Het skelet toont aan paus Alexander bovendien een zandloper om hem te herinneren aan zijn onvermijdelijke dood.
Graf
Johannes Paulus II werd als 148ste paus in de crypte van de Sint-Pieter in de grond begraven ónder de plaats die ooit bezet werd door de tombe van de zalige Johannes XXIII. In verband met de heiligverklaring van de Poolse paus werd diens lichaam overgebracht naar een van de zijaltaren van de Vaticaanse Basiliek. In zijn oude graf ligt nu het stoffelijk overschot van Benedictus XVI. Diens uitvaart vond plaats op 5 januari 2023. Hoewel de Duitse paus in 2013 was afgetreden en niet stierf als een regerende pontifex, had zijn uitvaart niettemin een pauselijk karakter. Hij was de laatste die in een driedubbele kist werd gelegd. En in de eerste doodskist werd een aantal artefacten gedeponeerd, zoals muntjes en medailles, de door hem gedragen pallia en een akte (Rogitum) met daarin een samenvattende beschrijving van zijn pontificaat.
Vaststelling van overlijden
De wijzigingen in de orde van dienst van alle funeraire rituelen voor een overleden paus werden op 29 november 2024 van kracht. Die staat in een herziene uitgave van het liturgische boek Ordo Exsequiarum Romani Pontificis. Een van de nieuwe elementen van de orde van dienst betreft de vaststelling van het overlijden van de Romeinse pontifex (paus). Die zal niet langer plaatsvinden in de kamer van de overledene, maar in diens privékapel; zijn stoffelijk overschot zal onmiddellijk in de kist worden gelegd.
Geen machtig persoon van deze wereld
Aartsbisschop Diego Ravelli, Meester van de Apostolische Ceremonies, gaf na het verschijnen van het nieuwe rituale tekst en uitleg bij de hervorming. Hij zei dat paus Franciscus er zelf om had gevraagd. De vereenvoudiging werd doorgevoerd “opdat de viering van de uitvaart van de bisschop van Rome beter het geloof van de Kerk in de Verrezen Christus kan uitdrukken.” Ravelli voegde toe dat “de vernieuwde ritus ook nog meer moest benadrukken dat de begrafenis van de Romeinse pontifex die is van een pastor en leerling van Christus en niet van een machtig persoon van deze wereld.”