Martha over de laatste Elfstedentocht: “Ik proefde bloed, maar ging toch door”

De Tocht der Tochten is alweer ruim 25 jaar geleden voor het laatst verreden. Heel Nederland zag in 1997 hoe Henk Angenent met de handen in de lucht over de finish kwam in Leeuwarden. AD journalist Wessel Penning, die de Elfstedentocht zelf uitreed in ‘97 en nog twee andere rijders, Martha Jongeling en Rob Bitterlich vertellen over die laatste keer.

“Het mooie is”, vertelt Wessel, “Er was toen nog geen sociale media, die verhalen hebben alleen maar voortgeleefd in de hoofden van die mensen. Nu zijn ze eruit gekomen en het is fantastisch.” Hij bundelde verhalen van gewone rijders in een boek. Na een oproep ontving hij meer dan 300 epistels. “Dat leverde schitterende verhalen op.”

Margriet en de drie deelnemers blikken terug naar die laatste tocht. In een fragment is te zien hoe schaatsers netjes in een rij over een smal stuk schaatsen. “Een soort van file schaatsen”, reageert Margriet. Over de kleding merkt Wessel op: “Tegenwoordig rijden we allemaal in een strak pak. Maar in die tijd had ik een joggingbroek aan en een regenjasje van de krant waar je voor werkte.”

De gevaren

“Het was een koude dag met gure wind”, zo beschrijft Martha Jongeling de laatste dag van de Elfstedentocht. Ze maakte iets bijzonders mee. “Het ging bijna gesmeerd”, begint Martha. “Op de terugweg van Dokkum naar Bartlehiem, rond een uur of zes gingen ze bouwlampen ophangen zodat we iets meer zouden zien. Maar ik zag dus juist niets. Ik boog mijn hoofd naar beneden en dan sta je op je punten te rijden.” Martha viel vol op haar hoofd. “Ik viel met mijn hoofd op het ijs.”

Ik proefde bloed en deed snel mijn hand voor mijn mond

“Ik haalde riet uit mijn mond en proefde bloed, maar ging gewoon door. Want ik voelde verder eigenlijk helemaal niets omdat het zo koud was. Iets verderop zag ik mensen van de EHBO en ik dacht: ‘oh nee, straks halen ze me van het ijs’. Dus ik reed ze snel voorbij met mijn hand voor mijn mond”, aldus Martha. Uiteindelijk heeft ze het gehaald en heeft ze net als velen anderen, hét kruisje weten te bemachtigen.

‘Van de zestienduizend zijn er vijfduizend mensen gestopt’

In 1986 deed Rob Bitterlich mee aan de Elfstedentocht en reed deze ook uit. Maar bij de laatste keer in ‘97 is hij halverwege gestopt. “Van de zestienduizend zijn er vijfduizend mensen gestopt. Ik moest nog 50 kilometer in het pikkedonker, op dat moment dacht ik: ‘ik ben liever een levende held dan een dode held.’” Rob kent de gevaren van het ijs door en door en besloot daarom tijdig te stoppen.

Mijn ogen raakte bevroren. Dat lijkt iets uit een rampenfilm van de Noordpool, doodeng

Het lukte Wessel om de laatste Elfstedentocht uit te rijden. “Je bent bezig en je moet door en door.” Hij vertelt dat hij niet in staat was om te relativeren. “Mijn ogen raakte bevroren. Dat lijkt iets uit een rampenfilm van de Noordpool, doodeng als je het op tv ziet, maar het overkwam me echt. Ik zag op een gegeven moment slecht.” Toen Wessel eenmaal vader was dacht hij anders over zijn doorzettingsvermogen tijdens deze rit. “Dan had ik het misschien niet gedaan. Dat hoop ik tenminste. Er is iets wat ervoor zorgt dat je doorgaat, wat er in het normale leven niet is. En daar ben ik eigenlijk wel erg dankbaar voor.”

‘Je moet een beetje gek zijn’

Bitterlich noemt vijf punten die je zou moeten hebben om mee te kunnen doen met de Elfstedentocht: “Ten eerste moet je lid zijn van de Schaatsvereniging. Ten tweede moet je conditie hebben. Ten derde moet je support hebben van je geliefden. Verder is motivatie heel erg belangrijk en je moet natuurlijk ook geluk hebben.” Margriet vult aan, “punt zes: je moet ook een beetje gek zijn.” Waarop Wessel lachend reageert: “Waarschijnlijk wordt je gek in de tocht en denk je ik ben er nu toch.”