We brachten een bezoek aan de opvang voor ongedocumenteerden met zware psychische problemen. In deel 1: Oumar (22) uit Guinee verloor beide ouders en werd met de dood bedreigd. “In de nacht krijg ik flashbacks en weet ik niet meer waar ik ben.”

“Als ik alleen ben, dan gebeurt het. Dan komen de nare gedachten en
herinneringen van vroeger naar boven”, vertelt de 22jarige Oumar* die vier
jaar geleden terechtkwam in de Medische Opvang Ongedocumenteerden (MOO). “Soms
word ik midden in de nacht wakker en weet ik niet meer waar ik ben. Dan denk ik
dat er mensen in mijn kamer staan om me te pakken.”

Het MOO werd tien jaar geleden
opgericht in AmsterdamWest omdat de hulp aan ongedocumenteerde personen
(nieuwkomers zonder geldige verblijfsvergunning) met zware psychische
problematiek niet toereikend was. In plaats van ze op straat te laten leven met
stoornissen als schizofrenie, posttraumatische stress en chronische depressie,
krijgen ze hier onderdak, medische hulp en juridische begeleiding bij hun
asielprocedure.

Oumar’s vader wordt doodgeschoten als hij zeven is, zijn moeder wordt met ebola in het ziekenhuis opgenomen op zijn veertiende.

Vluchten door de Sahara

Over het ontstaan van zijn trauma’s spreekt Oumar het
liefst alleen met zijn therapeut, maar de levensloop in zijn juridisch dossier
laat weinig aan de verbeelding over. Hij groeit op in een familie die behoort
tot de Pular, een etnische groep die regelmatig in conflict komt met de
Malinka’s, een andere groepering die de militaire en politieke macht in het
land heeft. Oumar’s vader wordt doodgeschoten als hij zeven is, zijn moeder
wordt met ebola in het ziekenhuis opgenomen op zijn veertiende.

In de periode dat zijn moeder ziek wordt, speelt hij voetbal met zijn buurjongen.
Iets dat zijn ouders hem altijd hebben afgeraden, want de jongen behoort tot de
Malinka’s en zijn vader is militair. Tijdens het spel valt de buurjongen met
zijn hoofd op een steen, een paar dagen later overlijdt hij aan zijn
verwondingen. De vader van de buurjongen legt de schuld bij Oumar en staat niet
veel later met een geweer voor de deur om wraak te nemen. Oumar slaat op de
vlucht met zijn broertje, zonder papieren, zonder plan.


Zijn vlucht loopt dwars door de Sahara via Mali, Algerije en Marokko naar
Spanje. Zijn broertje raakt hij onderweg kwijt, zijn moeder is inmiddels
overleden. In Mali wordt hij ernstig mishandeld door mensenhandelaren. Op de
Middellandse Zee zinkt de boot waarin hij zit en verdrinken medepassagiers,
Oumar wordt ternauwernood gered door het Spaanse Rode Kruis. Na een tocht van
twee jaar arriveert hij in Nederland om asiel aan te vragen, hij is dan zestien
jaar.

"Ik durfde niet open te zijn over hoe ik me voelde en alles wat ik heb meegemaakt."


13 miljoen inwoners, 5 psychiaters

“Tijdens mijn eerste gesprekken met de IND wist ik niet goed wat ik moest
zeggen”, vertelt Oumar, die in de loop der jaren vloeiend Nederlands heeft
leren spreken. “Ik had last van angstaanvallen en sliep soms hele nachten niet,
ik vond het moeilijk om degene die het gesprek leidde te vertrouwen. Ik durfde
niet open te zijn over hoe ik me voelde en alles wat ik heb meegemaakt.” 

Zijn eerste asielaanvraag wordt afgewezen: volgens de IND heeft Oumar niet
voldoende bewezen dat hij bij terugkomst in Guinee gevaar loopt op vergelding
of geweld. Ook een uitstel van vertrek om medische redenen (een zogeheten
Artikel 64procedure) wordt niet toegekend. Hoewel Oumar is gediagnosticeerd
met meervoudig trauma en afhankelijk is van medicatie, stelt de IND dat hij ook
in zijn land van herkomst kan worden behandeld.

Ter verduidelijking: uit de laatste wetenschappelijke studie naar de geestelijke gezondheidszorg in Guinee blijkt
dat er een groot gebrek is aan psychomedicatie en dat het land met dertien
miljoen inwoners vijf erkende psychiaters telt.

"Het lijkt alsof ik me geen Nederlander mag voelen zolang de IND zegt: ‘Dit is jouw land niet.”

Vast

Sinds Oumar door het MOO wordt opgevangen, gaat het langzaam iets beter. “Ik
heb een intensieve traumabehandeling gekregen bij Centrum ‘45, daar verbleef ik
dan doordeweeks en in de weekenden was ik hier. Ik heb geleerd dat mijn
klachten nooit zullen verdwijnen, maar ik weet nu beter hoe ik ermee kan
omgaan.” 

Krijgt hij last van een dissociatie of angstaanval, dan belt Oumar met een
maatschappelijk hulpverlener of medebewoner. “Of ik kijk een YouTubevideo, dat
helpt om niet te worden opgeslokt door nare beelden en gedachten.” Af en toe
zakt hij zo diep weg dat er niet tegenop te kijken of praten valt.


Binnenkort start hij met behulp van een juridische begeleider en advocaat een
nieuwe asielprocedure. “Daar denk ik heel veel aan, ik weet niet hoe het zal
gaan lopen. Het moeilijkste vind ik dat ik tot er meer duidelijk wordt nergens
aan kan beginnen. Ik zou graag willen studeren of werken, maar dat mag ik niet.
Ik zit vast.”


In de afgelopen zes jaar heeft Oumar zich veel doelen gesteld. “Ik wilde graag
huisarts worden, of leraar. Maar die dromen vervliegen steeds, weg, de lucht
in. Als ik nu een verblijfsvergunning zou krijgen, dan hoop ik automonteur te
worden.” 

Hij zegt dat hij zich steeds meer thuis voelt in Nederland. “Ik heb
vrienden gemaakt en de Nederlandse manier van denken overgenomen. Maar het
lijkt alsof ik me geen Nederlander mag voelen zolang de IND zegt: ‘Dit is jouw
land niet.”


*Oumar is een gefingeerde naam. Zijn volledige naam is bekend bij de redactie.