Een á twee op de tien vrouwen ervaart psychische problemen tijdens de zwangerschap. Per jaar plegen 4 á 5 jonge moeders zelfmoord. Daarmee is zelfmoord doodsoorzaak nummer 1 onder jonge moeders. Psychiater Kinke Lommerse en verpleegkundig specialist Tamara Hagen over de kwetsbaarheid van jonge moeders.

Moedersterfte

De Wereld Gezondheidsorganisatie rekent suïcides van moeders tijdens hun zwangerschap en tot één jaar daarna tot ‘moedersterfte’. Lommerse: ‘Maar in de praktijk houden problemen natuurlijk niet na één jaar op. Soms wordt de druk juist groter. Je gaat weer aan het werk. De vraag of er een tweede kind komt dringt zich op. Je moet invulling geven aan je relatie en je sociale netwerk.’ 


Kinke Lommerse is ziekenhuispsychiater in het Haaglanden Medisch Centrum en actief in het landelijk netwerk Suïcidepreventie Algemene Ziekenhuizen. In 2024 publiceerde ze een onderzoek naar zelfdoding onder jonge moeders in Nederland tussen 2006 en 2020. Een van de uitkomsten was dat 4 á 5 jonge moeders per jaar door suïcide om het leven komen.

Vrouw in witte jas

Snelkookpan

Lommerse heeft het over een combinatie van factoren waardoor het jonge moeders te veel kan worden: ‘Zowel biologisch als psychologisch als op sociaal vlak gebeurt er ongelooflijk veel tegelijk. Eén op de vijf vrouwen heeft in deze periode psychische problemen, voor al depressieve- en angststoornissen. Veel vrouwen kampen met slaapgebrek waar veel Psychische klachten en uitputting zijn risicofactoren als het gaat om suïcide. Hulpverleners moeten daar alert op zijn. Verloskundigen of huisartsen moeten tegen iemand die al drie dagen niet geslapen heeft niet zeggen: ‘Nou ja, dat hoort er een beetje bij.’


Psychologisch zijn kwesties als: hoe ga ik om met het moederschap? Hoe ga ik om met mijn relatie? Kan ik eigenlijk nog wel werken? Hoe hou ik al die die ballen in de lucht? Ook op sociaal vlak verandert er enorm veel.’ Een ander voorbeeld dat Lommerse noemt: verbouwingen en verhuizingen. ‘Je wil niet weten hoeveel vrouwen er huilend tegenover mij zitten die midden in een verhuizing zitten omdat de tweede niet meer in het huis past.’ Lommerse vergelijkt het met een snelkookpan waarin al die ingrediënten tegelijk zitten. ‘De druk is ongelooflijk hoog door al die componenten in zo'n korte tijd.'

 

Je hebt prenatale diagnostiek, echo’s, bloedtesten. Zou het net zo vanzelfsprekend moeten zijn om te screenen op het risico op suïcidaliteit?

‘Ja, dat vind ik wel. ‘Heb je de afgelopen tijd gedacht om misschien een einde aan je leven te maken?’ Of: ‘Denk je veel aan de dood?’ Veel verloskundigen vinden het lastig dit soort vragen te stellen. Want als een vrouw aangeeft het leven helemaal niet meer te zien zitten, wat moet je dan zeggen? Wat moet je regelen? Of: als ik de vraag stel, wordt het dan niet alleen maar erger? Er is terughoudendheid om dit soort gesprekken te voeren. Verloskundigen, verpleegkundigen, huisartsen, gynaecologen, consultatiebureauartsen zouden dit in hun opleiding moeten leren.’

'Gevaarlijke combinatie van factoren'

Tamara Hagen, verpleegkundig specialist bij het Radboud UMC in Nijmegen is betrokken bij een project in Gelderland en Brabant, waarbij ouders op het consultatiebureau gevraagd wordt naar stemmingsklachten. Dit zou landelijk moeten worden ingevoerd. Wat al wel landelijk is, maar wat niet alle huisartsen weten: een netwerk van POP-poli’s: de Psychiatrie-Obstetrie-Pediatrie-poli’s. Hier kunnen (aanstaande) moeders met mentale problemen terecht. Hagen geeft aan dat er meer preventie nodig is. ‘Er is wel steeds meer aandacht voor, maar niet structureel.’


Het grootste probleem, zegt Hagen, is het taboe op het hebben van een minder leuke kraamtijd. Daarna wordt het taboe alleen maar groter: je hebt een gezond kind, wat heb je te klagen? ‘Maar de rolverandering, het slaapgebrek en de hormonen kunnen voor psychiatrische klachten zorgen. Al met al een gevaarlijke combinatie van factoren. En als je zelf een belaste jeugd hebt gehad is moeder worden ook nog eens een confrontatie met je eigen jeugd. Dit geldt overigens ook voor vaders. Minder bekend, maar 7% van hen ontwikkelt ook depressieve klachten.’ (bron). Het Radboud UMC wil het taboe doorbreken met het project ‘Van de roze wolk’.

Vrouw voor raampartij

Vervolgzorg

Naast verloskundigen en huisartsen die screenen op risicofactoren vindt Lommerse dat er ook goed gekeken moet worden naar de vervolgzorg. ‘Een verloskundige moet weten naar wie ze moet doorverwijzen en vrouwen moeten snel ergens terecht kunnen. Het verschilt per regio wat het aanbod is en hoe snel iemand terecht kan bij de GGZ. Dus nog los van dat de kennis van suïcidaliteit bij moeders lang niet altijd aanwezig is, is de toegang tot gespecialiseerde zorg voor zwangeren en jonge moeders niet overal goed en evenredig toegankelijk.’


Is er volgens u een verband tussen hoge verwachtingen van en de hoge eisen aan het moederschap en suïcide? 

Lommerse: ‘Aan de ene kant vind ik het lastig om dat te zeggen, omdat eigenlijk álles een risicofactor kan zijn.  Als je al een kwetsbaarheid hebt en er allerlei dingen opgestapeld worden, dan kan dat bijdragen aan dat je het gevoel krijgt klem te zitten. Maar ik denk wel dat verwachtingen en eisen factoren zijn die de druk op de ketel enorm kunnen vergroten. Er ligt veel druk op borstvoeding en die roze wolk. Er zou meer aandacht mogen zijn voor de minder rooskleurige kanten van het moederschap. Sommige vrouwen kunnen niet blij zijn, als hun kind er eenmaal is. En dat kan ook best lang aanhouden. Moederschap raakt zo ongelooflijk aan je hele ‘zijn’. Als je daaraan twijfelt of het niet kan doen zoals je graag wilt, kan dat een enorm grote angst opwekken.’


Kinke Lommerse werkt momenteel aan een vervolgonderzoek met aanbevelingen voor zorgverleners. ‘Hoe kunnen we voorkomen of vroegtijdig signaleren dat de druk jonge moeders teveel wordt? We analyseren casussen met een gemengde groep experts, van gynacologen en verloskundigen tot psychiaters en maatschappelijk werkers. Allemaal om het grote plaatje in beeld te krijgen.  Snapt iedereen wat er aan de hand is en verwijzen ze goed door? Soms is het een blinde vlek bij hulpverleners, soms hebben ze het gewoon hartstikke druk. Goede zorg kost tijd.’