Nonnevotten zijn een typisch Limburgse delicatesse. Dit gebakje in de vorm van een lus met een losse knoop wordt traditioneel gegeten tijdens de Carnavalsperiode of om het Halfvasten in te luiden. Dus of je ze nou maakt voor Carnaval, Halfvasten of gewoon omdat je er zin in hebt, met dit recept heb jij ze in ieder geval in no-time op tafel.
Dit heb je nodig (+/- 12 stuks)
- 500 g bloem
- 7 g droge gist (of 20 g verse gist)
- 250 ml lauwwarme melk
- 75 g zachte boter
- 75 g suiker
- 1 ei
- Snuf zout
- Olie om in te frituren (zonnebloem- of arachideolie)
- Suiker om te bestrooien
Bereidingswijze
1. Het deeg maken
- Meng de bloem, suiker en zout in een kom.
- Los de gist op in de lauwwarme melk.
- Voeg melk-gistmengsel, ei en boter toe aan de bloem.
- Kneed 10 minuten tot een soepel, elastisch deeg. Let op: Het mag licht plakkerig zijn, maar niet nat.
2. Eerste rijs
- Dek de kom af met een doek.
- Laat het deeg 1 uur rijzen op een warme plek, tot het ongeveer verdubbeld is.
3. Vormen van de nonnevotten
- Verdeel het deeg in 12 gelijke stukken.
- Rol elk stuk uit tot een streng van ongeveer 25–30 cm.
- Maak er nu een knoop van. Kruis de uiteinden over elkaar en trek ze lichtjes door de lus.
- Leg ze op een bakplaat met bakpapier.
- Laat nog 20–30 minuten narijzen.
4. Frituren
- Verhit de olie tot 170–175°C.
- Bak de nonnevotten in 2–3 minuten per kant goudbruin.
- Laat uitlekken op keukenpapier.
5. Afwerken
- Bestrooi ze warm met suiker of kaneelsuiker. Je kunt ze ook licht bestrijken met gesmolten boter voor extra glans. Eetsmakelijk!