Manu Keirse heeft zich als psycholoog en arts gespecialiseerd in rouwverwerking. Zijn boek “Helpen bij verlies en verdriet” verscheen in 1995 en werd een standaardwerk. Een paar jaar geleden herschreef hij het, want hij is tot inzicht gekomen dat je rouw helemaal niet kunt verwerken. In het boek geeft hij een handleiding hoe je met verlies en verdriet om kan gaan en hoe je anderen kan helpen.

Onzichtbaar verdriet

Manu Keirse (75) is al 55 jaar met rouw en verlies bezig. Hij groeide op in een klein Belgisch dorp, waar de klokken een uur beierden als iemand was overleden. Verlies was ook zichtbaar: naast de voordeur van de overledene werd een kruis genageld en de gordijnen gingen dicht. Het hele dorp werd betrokken bij het verlies; de buren droegen de kist naar de kerk.

Tegenwoordig wordt verdriet vooral beleefd binnen het gezin. De verbondenheid met de omgeving is weg. Keirse ziet veel mensen, die niet weten wat ze moeten zeggen tegen nabestaanden en vooral wat ze moeten doen.

Rouwen is hard werken

In zijn boek legt hij uit dat rouwen niets anders is dan je leven opnieuw organiseren na een verlies. Het is iets wat je doet, niet iets dat je wordt aangedaan. Rouwarbeid is dan ook mentale, emotionele én lichamelijke arbeid verrichten. Dat is ook waarom verdrietige mensen vaak moe zijn.

Hoe meer je begrijpt van rouw, hoe beter je er mee om kan gaan en hoe beter je iemand in de rouw kan helpen. Goed luisteren is volgens Keirse daarbij het belangrijkst. Ga niet verdriet vergelijken en praat in de eerste dagen niet over je eigen verdriet. Maak zelf contact en laat het niet aan de ander over: dus vraag niet of er behoefte is aan een pannetje soep, maar ga er gewoon één brengen.

Artikel gaat verder onder dit blok

Omgaan met verdriet & veerkracht

Wil je meer weten over de rouwtaken van Manu Keirse? Hij vertelt erover in de gratis online inspiratiesessie, 2 november, 21.20 uur na afloop van de uitzending van “Voor wie steek jij een kaarsje op”

Rouwverwerking bestaat niet

Manu Keirse is afgestapt van het woord “rouwverwerking”. Het woord “verwerken” suggereert dat het verdriet in het verleden ligt, maar verdriet na verlies gaat niet over: je leert er mee leven.

Je kan rouwen ook niet indelen in fases of stadia, alsof er een soort logische opvolging in zit. In het boek heeft hij het over vier rouwtaken, waar je door elkaar heen aan kan werken. Door van het rouwen een taak te maken, krijg je het besef dat je iets kan doen. Dat je niet machteloos bent. Je kan ook een taak even laten rusten en later weer oppakken.

Verhuizen naar het hart

Wat Keirse in zijn boek mooi verwoordt, is dat met de dood een leven eindigt, maar nooit de relatie die er was. Je moeder blijft je moeder, ook al is ze overleden. Iemand waarvan je hebt gehouden, is nooit helemaal verloren. Wat iemand je gegeven heeft, blijft je bij. Je neemt het verlies op in je leven, want alles wat de band met de overledene heeft gemaakt is er nog. Volgens hem is sterven verhuizen van de buitenwereld, naar het hart van de mensen, die van je houden. De blijvende band met de overledene en de liefde die je hebt ervaren is een bron van veerkracht.

Tijd heelt niet alle wonden. Voor Manu Kierse is verlies geen wond of ziekte die moet genezen. Het gaat nooit over en het verandert je voor altijd. Je kunt wel leren overleven en weer van het leven genieten. 

Voor wie steek jij een kaarsje op?

Op 2 november is het Allerzielen, de dag waarop we onze dierbaren herdenken. Na de uitzending Voor wie steek jij een kaarsje op, zal Manu Keirse vertellen over rouwen in een gratis online inspiratiesessie om 21.20 uur na afloop van de uitzending.