22 augustus 2021: verkondiging

21e zondag door het jaar (b)
Plebaan Vincent Blom
Kathedrale Basiliek van Sint-Jan te Den Bosch

Lezingen:
1 Koningen 8, 22-23.27-30

Apok. 21, 9b-14
Johannes 2, 13-22

Wauw……… wat is dit mooi!! Zo klonk het een paar weken geleden toen twee bezoekers via het zuiderportaal de Sint-Jan binnenkwamen en hier recht de koepel inkeken. Twee dertigers die op een mooie zondagmiddag niets vermoedend de kathedraal binnenstapten en werden overweldigd door de schoonheid van dit Godshuis. Een spontaan maar oprecht ‘wauw’ was hun eerste reactie. En zij verwoorden wat zovelen uit binnen- en buitenland ervaren wanneer ze de Sint-Jan bezoeken. Misschien na de Notre Dame van Parijs wel een van de mooiste kathedralen van Europa.

Vandaag vieren wij als parochie van de Sint-Jan de verjaardag van de kerkwijding. De gedachtenis dat dit indrukwekkende kerkgebouw tot Gods eer is gebouwd en aan Hem toegewijd. Deze Sint-Jan: bisschopskerk, parochiekerk, bedevaartkerk van de Zoete Moeder, Nationaal Monument en toeristische trekpleister van de stad ’s-Hertogenbosch. Een veelheid van functies worden binnen haar muren verenigd. Maar eerst en vooral is zij Gods Heiligdom onder ons mensen. De plaats waar wij met Koning Salomo onze smeekbeden tot God mogen richten. Jezus, we hoorden het in het evangelie, waakt over de tempel opdat het inderdaad het Gods Huis blijft……. Huis van Gebed.

Onze eigen Sint-Jan, de apostel Johannes, beschrijft in zijn Apocalyps het hemels Jeruzalem als beeld van de kerk op aarde waarvan Christus zelf het fundament is. En zoals dat hemels beeld van Jeruzalem twaalf grondstenen heeft die verwijzen naar de apostelen zo heeft ieder kerkgebouw de twaalf apostelkruisjes, gezalfd met chrisma bij de kerkwijding. Zo is ieder kerkgebouw gefundeerd op het geloof dat de apostelen ons hebben overgeleverd.

Aardse kerkgebouwen zijn plaatsen waar hemel en aarde elkaar raken, waar we samenkomen voor de viering van de sacramenten en waar we de scharniermomenten van het leven voor Gods aangezicht brengen. Het is, zoals onze bisschop het onlangs verwoordde, een geheiligde plaats waar de Godslamp altijd brandt ten teken dat Christus onder ons tegenwoordig is in het Eucharistisch Brood. Het kerkgebouw is daarmee voorafbeelding van de hemel waar Christus voor ieder van ons een plaats heeft bereid. De afgebroken tempel van zijn lichaam is verrezen. Hij leeft en wij mogen leven met Hem. Dat is de derde dag waarover Hij vandaag spreekt in het evangelie.

Niet voor niets richten de spitsbogen van de gotiek onze blik naar de hemel en kleurige vensters werpen een blik op de eeuwigheid. De tijdloze en hemelse zang van de schola en de fraaie klanken van het orgel laten ons beseffen dat wij slechts een klein schakeltje zijn in de tijd. De middeleeuwse kathedraal overstijgt de tijd en wijst naar de eeuwigheid.
Broeders en zusters, twee jonge bezoekers konden maar één zin uitbrengen toen zij onlangs hun voeten hier over de drempel zetten: ‘Wauw. Wat is dit mooi’.

Koning Salomo had soortgelijke ervaring toen hij bij de inwijding de tempel van Jeruzalem betrad. Met hem bidden wij op het feest van de Kerkwijding: Laat o Heer, uw ogen dag en nacht waken over deze tempel en over het heiligdom waarvan Gij gezegd hebt dat uw Naam daar zou wonen en luister naar het gebed dat wij op deze plaats tot U richten.