31 januari 2021: verkondiging

4e Zondag door het jaar (b)
Sint-Janskathedraal, Den Bosch
Plebaan Vincent Blom

Deuteronomium 18, 15-20
1 Korintiërs 7, 32-35
Marcus 1, 21-28

Rust en onrust, het leven van ons mensen speelt zich dikwijls af tussen deze uitersten. We ervaren het in de coronapandemie. De samenleving, de wereld, is tot stilstand, tot rust, gekomen, maar er is tegelijk zoveel onrust in de harten van velen. Er is bezorgdheid over het verloop van de pandemie, er is onrust in families en gezinnen bij zieken en stervenden, bij hen die alleen zijn, aan huis gebonden door de lockdown en de avondklok. Er is onrust bij de werkers in de gezondheidszorg door de enorme werkdruk en bij hen die van de toekomst van hun baan of bedrijf niet zeker zijn.

Naast deze onrust in ons eigen leven is er de onrust in de grote mensenfamilie van onze wereld. We worden geconfronteerd met complotdenkers, de valse profeten waarvoor Mozes ons waarschuwt in de eerste lezing. We worden geconfronteerd met mensen die alle coronamaatregelen naast zich neerleggen en we zien onrust en polarisatie de kop op steken in binnen- en buitenland. en we zien onrust en polarisatie de kop op steken in binnen- en buitenland, ja, zelfs onze eigen stad viel ten prooi aan geweld en plundering. Mensen die leven zonder innerlijke rust, die leven in dis-harmonie met zichzelf, de wereld en met God en angst zaaien in zaaien bij velen.

Onrust verwijst daarbij naar alles wat de harmonie in ons leven verstoort. Daar tegenover stelt Jezus vandaag een geloof dat vrijmaakt, een geloof dat recht doet aan ieder mens, een geloof waarin ieder mens zijn menselijke waardigheid behoudt. Dat was de wanhoopskreet van die man in de synagoge van Nazaret, het is de wanhoopskreet van zovelen vandaag in een wereld in nood.

Jezus geeft een nieuwe leer. Een leer die mensen vrijmaakt en Hij vat het elders in het evangelie kort en bondig samen: “dit is Mijn gebod, dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad”. Dat is de wet die Hij ons voorhoudt in zijn grote gebod van de liefde.

Je als christen openstellen voor dit gebod van de liefde betekent dat je alles wat er in de leven gebeurt aan goede en minder goede zaken, aan ziekte en gezondheid, aan vreugde en verdriet, dat je dit alles weet te ontvangen uit Gods hand en dat je beseft en ervaart dat God een plan heeft met je leven en er richting aan geeft. Dat je mag vertrouwen dat Gods liefde altijd met je is en dat hij rust en harmonie brengt in je leven. Dat, broeders en zusters, is christelijke hoop.

Jezus verkondigt een nieuwe leer met gezag. Ook na 20 eeuwen is die leer, het gebod van de liefde, nog steeds nieuw. De boze en kwade machten, zo horen wij vandaag in het evangelie, worden door zijn liefde monddood gemaakt.
Zouden wij dan kunnen zwijgen? Het gebod van de liefde kan in onze tijd nooit genoeg verkondigd worden.

Wij allen worden uitgenodigd om die liefde in praktijk te brengen. Een nieuwe leer met gezag, opdat Jezus’ liefde zich ook vandaag zal verspreiden naar alle uithoeken van onze wereld, opdat zijn vrede rust brengt waar onrust heerst en ons allen mag verenigen in hoop.