Toen het jaar nog goed en wel moest beginnen ging de deur naar de goedheid al helemaal open. Het is zaterdagmiddag als ik naar de kerk loop om me voor te bereiden op een geloofsgesprek.

Ik wacht op Mauricio Meneses, de priester uit Colombia die mijn hart heeft veroverd door in de eerste en de tweede golf van corona stervende mensen in ziekenhuizen te bezoeken en nabij te zijn. Met de zegen, de zalving en het gebed. Nooit was en is hij bang om zijn eigen machteloosheid te tonen, gehuld in de beschermende kleding. En steeds wil hij leerling van Christus zijn door de ernstig zieke coronapati├źnten niet in de steek te laten. Want het land mag op slot zijn, de kerk kan nooit in quarantaine en heeft de opdracht naar de mensen toe te gaan. Zo mijmer ik over het gelkoofsgesprek als de deur van de kerk open gaat.┬á

Bonnie heeft zijn baan opgegeven om zijn fysiek beperkte moeder te verzorgen en zijn vader in het verpleeghuis nabij te zijn

Daar zie ik een gezicht dat ik lang niet gezien heb. Het is Bonnie, dorpsgenoot, voetballiefhebber, maar vooral zoon van een demente vader en lichamelijk gehandicapte moeder. Hij vertelt dat zijn vader corona heeft gehad en in het verpleeghuis vijf dagen niet heeft gegeten en gedronken. En hij zegt erbij dat het gelukkig weer wat beter gaat. Vader eet weer en komt weer uit zijn bed om te douchen. Dat mogen de verpleegkundigen niet doen. De enige die hem mag helpen bij het wassen is zijn zoon. Die heeft zijn baan opgegeven om zijn fysiek beperkte moeder te verzorgen maar vooral zijn vader nabij te zijn, ook in het verpleeghuis. Hij is er voor hem, dag en nacht. En daarvoor heeft hij alles opgegeven, zijn woning, zijn baan, zijn inkomen.

Naar wereldlijke maatstaven is Bonnie niets meer en leeft hij in de periferie. Maar juist daar gebeurt het. Die ochtend komt hij in de kerk een noveenkaars voor zijn vader aansteken. Uit pure liefde. Zo leert hij me dat bezit, functie en aanzien in coronatijd er niet toe doen. Uiteindelijk gaat het om de goedheid. Die keek ik zaterdagmiddag in de ogen, bij een zoon die niets meer is en niets meer heeft maar leeft voor zijn ouders. Beter kon het jaar niet beginnen dan met deze onbaatzuchtige goedheid.