Column: Vlindermonnik

Wie vlinders wil zien, moet rupsen verdragen. In de vlindertuin van de abdij van Egmond staat deze spreuk op een bord. Je kunt er als bezoeker of gast niet om heen, ook niet om de andere wijsheden. Ze zijn afkomstig van de vlindermonnik die is overleden, broeder Frans.

Iedereen die wel eens de stilte van het klooster opzocht, moet deze bijzondere mens ontmoet hebben. Hij was niet de snelste met zijn stok, maar hij was de meesten van ons ver vooruit. En dat gold ook voor mij. Want lang voordat er in onze samenleving en in de kerk over zorg voor de schepping werd gesproken, leefde hij dat al voor, broeder Frans.

De liefde voor de natuur was geen verstrooiing, maar een raken aan de mantel van God

Met zijn stok en zijn gebrekkige gezondheid was hij ons te snel af en wees hij ons de weg, zo constateerde vader-abt Thijs Ketelaars in de preek bij de uitvaart. Daar werd alles werkelijkheid waarvoor deze vlindermonnik had geleefd: zomers weer met vlinders rondom zijnĀ graf. Die fascinatie voor vlinders had hij al vanaf zijn jeugd en nam hij mee naar het klooster. En bij de begrafenis werkte de hemel mee in de boodschap die deze vlindermonnik achterliet: door het zichtbare van de vlinders doemde de horizon op van het onzichtbare van God die met ons optrekt en ons de schoonheid van de schepping laat zien.

Rond de fladderende vlinders op het kerkhof kwamen hemel en aarde samen en mocht het mysterie voor even tastbaar en werkelijk zijn. Of zoals vader-abt het formuleerde: de liefde voor de natuur van broeder Frans was geen verstrooiing maar veeleer een raken aan de mantel van God. Door het zichtbare naar het onzichtbare, de vlinders wezen de weg. Zeker voor deze vlindermonnik die nooit zonder pijn leefde, steeds meer beperkt werd in zijn mobiliteit en het moeilijk had met toenemende doofheid en verminderd gezichtsvermogen.

Zijn spreuk zei alles over zijn leven: wie vlinders wil zien moet rupsen verdragen. Broeder Frans kreeg veel te verduren en moest het kruis van zijn leven dragen om naar God te kunnen vlinderen. Ik kon niet bij zijn afscheid zijn en was die dag van de uitvaart in het hoge noorden. Daar kocht ik een houten vlinder als herinnering aan broeder Frans.