Column: Wijwater

Het is een prachtig ritueel bij elke uitvaart in de kerk. Als de overledene voor de laatste keer binnenkomt wordt hij of zij besprenkeld met wijwater.

Voor op de kist staat vaak een foto van de overledene, achter en naast de kist wacht de naaste familie. Dan wordt de dode verwelkomd, voor de laatste keer. En juist dan biedt het wijwater troost want de besprenkeling is een herinnering aan de doop en een bevestiging dat de cirkel van het leven rond is en de overledene verbonden wordt met God, tot in de eeuwigheid. Niets is mooier dan de naam van de dode te noemen, met alle doopnamen erbij. Want wat met de doop begonnen is, de verbondenheid met onze Schepper, dat wordt voor iedereen zichtbaar en hoorbaar hernomen en nog eens bevestigd.

Wijwater troost als herinnering aan de doop en een bevestiging dat de cirkel rond is.

Ik heb dit zo vaak van nabij mogen zien. En elke keer ontroert het mij omdat dit ritueel midden in het verdriet hoop geeft. Zo’n ritueel staat of valt met mooi kerkelijk vaatwerk dat deze handeling ook geloofwaardig maakt en iedereen de troost van leven gevend water biedt. In onze geloofsgemeenschap laat dat vaatwerk hier en daar te wensen over, zeker de wijwaterkwast. We waren dus al een tijdje op zoek naar een meer verfijnde uitvoering.
En we werden op onze wenken bediend, alsof het zo moest zijn. Na een ziekenzegen nam de stervende het woord. Hij vroeg zijn dochter op de stoel te klimmen en boven op de kast te kijken. Ze deed wat vader vroeg en toverde onder het stof een stok met een bolvormig einde tevoorschijn. Die bol was geperforeerd en bevatte een spons die deze naam niet meer verdiende.

‘Die is voor jullie kerk’, zei de stervende vader. ‘Gered bij de sloop van mijn oude kerk’, lachte hij met daarbij een vraag: ‘Willen jullie deze sprenkelaar gebruiken bij mijn uitvaart?’. We hebben dat inmiddels gedaan. Met een nieuwe spons en gepoetst vaatwerk. Zo hebben we deze dierbare mens vorige week teruggegeven aan God. En zo leeft deze lieve vader en grootvader voort, elke keer als een dode in onze kerk met wijwater wordt besprenkeld.

Zo kan een stervende mens licht zijn voor allen die na hem sterven. En dat licht troost aan het begin van de Advent.