Het Boetesacrament is een van de zeven sacramenten van de Kerk van Christus. Evenals de Ziekenzalving is het Boetesacrament een genezingssacrament, omdat het bedoeld is om de gedoopten, die nog onderhevig zijn aan de bekoringen van het kwaad, lijden, ziekte en dood, te helen. 

Het Boetesacrament (Latijn: Sacramentum pænitentiæ) heeft in de katholieke traditie diverse namen gekregen: ‘Sacrament van bekering’, ‘Sacrament van de biecht’, ‘Sacrament van de vergeving’, ‘Sacrament van verzoening’ en ‘Sacrament van boete en verzoening’. 

Wanneer een gedoopte in zonde vervalt, moet hij/zij genezen worden. “Zij die naderen tot het Boetesacrament, verkrijgen van Gods barmhartigheid de vergiffenis van de Hem aangedane belediging en tezelfdertijd de verzoening met de Kerk, die zij door hun zonde geschonden hebben en die zich door haar liefde, voorbeeld en gebed voor hun bekering inspant”, leert de Catechismus van de Katholieke Kerk (CKK, alinea 1422).

Het Boetesacrament bestaat onder meer uit de volgende onderdelen: de persoonlijke biecht van een boeteling bij een biechtvader; de oplegging van een penitentie door de biechtvader, de absolutie door de biechtvader. 

Om het Boetesacrament geldig te ontvangen dient de boeteling berouw over zijn/haar zonden te hebben en het oprechte voornemen hebben om niet meer te zondigen. Dat vereist bij de boeteling zondebesef en boetvaardigheid. 

“De zonde is allereerst een belediging van God, het verbreken van de gemeenschap met Hem. Zonde tast bovendien de gemeenschap met de Kerk aan. Daarom leidt bekering zowel tot Gods vergeving als tot verzoening met de Kerk, wat door het sacrament van de Boete en Verzoening liturgisch uitgedrukt en verwezenlijkt wordt” (CKK, alinea 1440).


Lees verder in het lemma ‘Sacrament van boete en verzoening’