Nynke Laverman houdt zich vast aan verwondering

In een nieuwe aflevering van De Verwondering bezoekt dichter en zangeres Nynke Laverman de boshut voor een bijzonder gesprek met Annemiek Schrijver.

In Mongolië leerde dichter en zangeres Nynke Laverman dat een mens niet meer waard is dan een rivier, een boom of een steen: alles heeft leven en energie in zich. Daar is de mens niet de kroon op de schepping. Het herinnerde haar aan een magie die ze nog kent uit haar kindertijd. Ze heeft na haar ervaringen in Mongolië besloten haar podiumkunst toe te wijden aan het wederzijdse respect tussen mensen en hun leefomgeving.

Nynke Laverman
© Martje van der Heijden
Nynke Laverman
© Martje van der Heijden

Laverman maakt zich grote zorgen over hoe de aarde en de mensheid eraan toe zijn. Als ze naar haar kinderen kijkt slaat de angst voor de toekomst haar om het hart: er gaat zo veel kapot. Toch houdt ze zich vast aan de liefde, verbinding, schoonheid en verwondering. Die gaan niet stuk. En praten met anderen over hoe het verder moet met onze wereld maakt haar lichter en geeft haar energie.

Nynke Laverman wil zich met haar nieuwe project Plant uitspreken maar is zachter gaan zingen, minder woorden gaan gebruiken, minder gaan dóen. Het album en de theatervoorstelling gaan over het proces van transformatie, over verandering in jezelf. Durven we bekende wegen te verlaten, vertrouwde patronen te doorbreken, de stilte toe te laten? Durven we het even niet te weten?

Bekijk hier deze uitzending

De inspiratietekst van Nynke Laverman

‘… lit sa de dei ferrinne en de jûn komme mei syn brune wjukken;
Lit de romers fan ’e idelheid gjin kwelling foar de geast wêze,
Lit it laitsjen net oan in oar oer, it gûlen ek net;
Lit komme, lang om let, de stilte, de nacht, de dream,
En lit dêryn dyjingen yn dy’t sochten, om it ljocht.’

-

‘… laat zo de dag vergaan en de avond komen met zijn bruine wieken;
Laat de roemers der ijdelheid geen kwelling voor de geest zijn,
Laat het lachen niet aan een ander over, het huilen ook niet,
Laat komen, tot slot, de stilte, de nacht, de droom,
En laat daarin diegenen binnen die zochten, naar het licht.’

- Uit: Faderpaard van Tsjêbbe Hettinga