Appelcider in de supermarkt is niet altijd wat het lijkt, maar gelukkig kan je het ook makkelijk zelf maken! Wij kregen het recept van Sebastian Landaeus en Nina Lausecker uit het boek Kefir & Kombucha en mogen deze met jullie delen.

Cider
is gefermenteerde appelsap dat vaak enorme mechanische of hydraulische persen
wordt gewonnen. Meestal worden er gisten aan toegevoegd, maar dat hoeft niet. Op
de schil van appels zitten van nature al endogene gisten en die gaan we
gebruiken voor de zelfgemaakt cider. Met dit recept krijg je twee opties: een
milde cider die binnen een paar dagen klaar is en een traditionele nietzoete
cider die twee keer moet fermenteren en een paar maanden nodig heeft. Bij deze
tweede fermentatie zetten de gisten de suiker uit het appelsap om in alcohol en
koolzuurgas. Het waterslot laat het koolzuurgas ontsnappen, zonder dat er
zuurstof bij de cider kan.

Benodigdheden voor Voor 1,5 liter

  3 kg
biologische appels (zonder plekjes) van verschillende soorten of 1,5 liter
ongefilterd biologisch appelsap en 2 biologische appels, in blokjes

  1
weckpot van 1,8 l of 2 l, zonder deksel

  1
ademend doekje of 1 kaasdoek

  1
elastiek

  2
flessen van 750 ml, luchtdicht afsluitbaar

  1
trechter

  1
rietje

  1 buikfles
van 1,5 l en 1 waterslot (bij optie 2)

  1
sapcentrifuge (naar wens)

  1
eetlepel

Bereiding
(15 minuten)

  Pers de
appels uit voor 1,5 liter sap. Afhankelijk van de soort appels zal het sap meer
of minder troebel zijn.

  Zeef
het door een kaasdoek. Spoel de doek schoon en zeef het sap nog een keer.

  Schenk
het sap in de eerste pot.

  Heb je
geen sapcentrifuge, snijd dan twee appels in blokjes, schenk het biologische
appelsap in de pot en voeg de gesneden blokjes appel toe.

  Roer
alles goed om en dek de pot af met een doekje en zet dat vast met een elastiek.

Fermentatie
(46 dagen)

  Laat de
drank op een donkere, warme plek (22 tot 26 °C) 4 tot 6 dagen fermenteren.

  Roer de
cider elke dag goed door, het liefst ‘s morgens en ’s avonds. De natuurlijke
appelgisten hebben veel zuurstof nodig om zich te ontwikkelen. Na een paar
dagen ontstaan er belletjes: de fermentatie verloopt naar wens. Er komt een
dikke laag schuim op de cider (hoe troebeler je cider is, hoe dikker het schuim
zal zijn).

Optie 1: ZOETE CIDER OOGSTEN (12 dagen)

  Schenk
de cider door een kaasdoek en trechter in de flessen, maar voorkom dat er
droesem meekomt!

  Sluit
de flessen en laat ze 24 tot 48 uur op kamertemperatuur staan. Laat elke dag
wat gas ontsnappen zodat de druk niet te hoog wordt.

  Zet de
cider in de koelkast en schenk hem koud.

Optie 2: OOGST EN TWEEDE FERMENTATIE VOOR
DROGE CIDER (13 maanden)

  Schenk
de cider door de kaasdoek in een buikfles. Vul de fles tot onder aan de hals,
zodat de cider zo min mogelijk in contact komt met lucht.

  Plaats
het waterslot en laat de cider 1 tot 3 maanden op een donkere plek fermenteren.
Hoe langer hij fermenteert, hoe meer alcohol erin zal zitten.

  De
cider is klaar als er geen belletjes meer door het waterslot komen.

  Neem
het slot eraf en bottel de cider (weer zonder droesem).

  Sluit
de flessen luchtdicht af en laat ze 4 tot 7 dagen staan op kamertemperatuur voor
een bruisende cider.

  Laat
elke dag wat gas ontsnappen om te voorkomen dat de fles ontploft.

  Zet de
cider in de koelkast en drink hem koud!

Gelukt?

Als er
geen belletjes zijn en er schimmelvlokken op drijven en het bedorven ruikt dan
is de cider mislukt. Als de cider mooie belletjes en een lichtzoete niet te
zure smaak (afhankelijk van de fermentatietijd) heeft dan weet je dat hij goed
is. Proost!

Bron: Boek Kefir & Kombucha van Sebastian
Landaeus en Nina Lausecker, Uitgeverij: Good Cook