Op een groene manier boer zijn, dat is wat Joost van Strien (56) met zijn akkerbouwbedrijf in Ens doet. Op volledig biologische en plantaardige wijze verbouwt Joost pompoenen, aardappelen en nog veel meer producten.

Waar gister in Stroe tienduizenden boeren in opstand kwamen tegen de stikstofmaatregelen, probeert Joost zijn bijdrage te leveren aan een verbetering van biodiversiteit en het tegengaan van de klimaatcrisis. Maar hoe is het om een duurzame boer te zijn in een sector vol onzekerheid en woede?

Groen doen

Verduurzamen was iets waar Joost al mee bezig was toen hij in de jaren negentig met zijn bedrijf begon. Joost: “Die fascinatie is begonnen toen ik studeerde in Wageningen. Daar kreeg ik uitleg over biologische landbouw. Dus toen ik in 1992 een akkerbouwbedrijf kon overnemen wist ik het zeker: hier ga ik wat mee doen. Na vijf jaar werd het bedrijf volledig biologisch en sinds een paar jaar zijn wij over op vegan teelt.” Dat betekent dat bij de teelt van de producten geen dierlijke producten zoals koeienmest gebruikt worden.

Wie denkt dat de problemen rondom klimaat en milieu iets van
de recente klimaatmarsen zijn heeft het mis. Joost: “Eind jaren tachtig, toen
ik wilde beginnen, was dat al bekend. Ik vond het belangrijk daar een bijdrage
aan te leveren door te kijken hoe het beter kon, hoe het duurzamer kon.”

Maar aan duurzaamheid zit een prijskaartje. Joost:
“Verduurzamen is niet voor iedere boer weggelegd. Buiten het financiële plaatje
kost het ook vooral tijd. Processen, zoals het bemesten van de gewassen, moeten
zelfvoorzienend worden. Niet iedere boer heeft daar de tijd en kennis voor.”

Niks tof aan stikstof

Op het gebied van het bemesten doet Joost het namelijk
anders dan anderen. Waar boeren normaal gesproken rundvee of kippenmest
gebruiken, heeft Joost een zelfvoorzienend middel gevonden: maaimeststof.

Maaimestwat? Joost: “Voor de groei van gewassen als spinazie
en kool is veel mest nodig. Alleen zit er in dierlijke mest veel stikstof. Daardoor
groeien de gewassen weliswaar snel, maar dat heeft ook nadelen.  Door de
overvloed aan ammoniak en nitraat (dat in stikstof zit) leggen wormen het
loodje en groeien de onkruiden welig.” Dus besloot Joost de mest zelf te creëren
door middel van een plant: Luzerne.

Die Luzerneplant wordt drie tot vier keer per jaar gemaaid,
waarna het wordt gehakseld en in de meststrooier gegooid wordt. Zo creëer je
maaimeststof dat over de gewassen heen kan. Wat bleek? Joost: “De gewassen
groeien vergelijkbaar of zelfs beter dan met dierlijke mest. Ook het bodemleven
reageert positief op de maaimeststoffen: meer wormen, betere structuur en meer
biodiversiteit.”

Het Swoord

Het woord stikstof is inmiddels gevallen. Waar het bedrijf
van Joost zijn best doet om de uitstoot te verminderen, zijn er ook boeren die
daar wat minder vrolijk van worden. Nadat de overheid
besloot
dat de stikstofuitstoot met 70% moest verminderen, klonk er veel
boosheid en frustratie vanuit de agrarische sector. Gister kwamen 30.000 boeren
bijeen in Stroe om hun afkeur over deze plannen te laten blijken.

Het laat vooral zien hoe erg die boeren in de knel zitten

Joost begrijpt de zorgen van die boeren. “Ik vind dat de
politiek veel te lang heeft gewacht met maatregelen nemen. Die maatregelen
hadden tien jaar geleden al kunnen, nee moeten worden genomen. Nu hebben
boeren geïnvesteerd in verduurzaming en krijgen ze te horen dat die
investeringen waardeloos zijn geworden en dat hun bedrijf moet stoppen. Een
bittere pil.”

Maar dat betekent niet dat elke actie geoorloofd is. Joost:
“Acties zoals het thuis opzoeken van een minister, dat gaat mij echt te ver. Ik
vind wel dat we moeten oppassen met te snel oordelen over die acties, want het
laat vooral zien hoe erg die boeren in de knel zitten.”

Besmeurde naam

Dat niet oordelen kan soms lastig zijn. Zeker na het
interview
van de voorman van Farmers Defence Force in de Volkskrant. Hierin
dreigde hij om de voedselvoorziening in het land plat te leggen. Is Joost niet
bang dat boeren hierdoor een slechte naam krijgen?

Joost: “Ik denk dat het in de media al gauw geframed wordt
als: De boeren vinden dit. Of: Dit is het tegengeluid van de boeren. Maar dat
is natuurlijk niet zo. Het is een aanzienlijk deel van de boeren, maar er zijn
ook boeren die er anders tegenaan kijken. Die zijn echter wat minder verenigd,
dus zijn ze slechter zichtbaar voor de media.”

Die slechte naam valt dus wel mee volgens Joost. “Ik denk
dat als de media het verhaal genuanceerder brengt, dus ook met boeren praat die
er anders over denken, het geen probleem is. Ik ben zelf aangesloten bij
CaringFarmers, een organisatie met duurzame toekomstgerichte boeren. Die willen
echt wel meedenken en meedoen, maar laat als media dat geluid dan ook horen.”

Hoe nu verder?

Als de stikstofstorm weer is gaan liggen, hoe ziet dan ons
boerenlandschap eruit? Joost: “Ik denk dat er over twintig jaar juist meer
boeren zijn, maar minder dieren. De intensieve veehouderij zal flink moeten
inkrimpen, want die stoten gewoon te veel uit en nemen veel land in beslag. Als
boeren moeten we efficiënter met de beschikbare grond omgaan.”

Ook de natuur zal weer belangrijker worden. Joost: “De
landbouw zal natuurinclusiever moeten worden. Zodat wij als boeren niet meer
de biodiversiteit terugdringen, maar juist herstellen. Ook ligt er voor boeren,
als grote CO2uitstoter, een kans om de klimaatcrisis terug te
dringen. Het worden interessante tijden, maar de boer zal niet verdwijnen.”


Beeld: Photo by Hermes Rivera on Unsplash