Muziek is Thomas Oliemans' leermeester

Thomas Oliemans zingt in de grootste operahuizen ter wereld. Muziek is niet alleen zijn carrière, ook zijn leermeester. Met Annemiek Schrijver bespreekt hij het verband tussen muziek en menselijke thema’s als lijden, vreugde en eenzaamheid.

Thomas Oliemans zingt als gelauwerd baritonzanger in de grootste operahuizen ter wereld. Al op zijn vijftiende begon hij met de vooropleiding van het conservatorium. Zijn mentor Bert van den Brink verzekerde de jonge Oliemans toen al: muziek zal niet alleen je carrière worden, maar het zal ook je leermeester zijn.

Inmiddels heeft hij ontdekt dat muziek hem begeleidt door zijn hele leven heen. Door het bestuderen en beluisteren van muziek heeft hij veel ontdekt over zichzelf en over het leven. Muziek is immers niet los te zien van menselijke thema’s zoals lijden, vreugde en existentiële eenzaamheid.

Annemiek Schrijver en Thomas Oliemans
Thomas Oliemans en Annemiek Schrijver © Martje van der Heijden
Thomas Oliemans en Annemiek Schrijver
Thomas Oliemans en Annemiek Schrijver © Martje van der Heijden

Deze lijdenstijd zingt Thomas Oliemans voor ons het lied ‘Der Wanderer’ van Franz Schubert. Het lied gaat volgens Oliemans over het bewandelen van je eigen pad, en de isolatie en eenzaamheid die hiermee gepaard kan gaan. Hierin ziet hij duidelijke parallellen met zowel de kruisweg, als met zijn eigen leven.

Bekijk hier deze uitzending

De inspiratiektekst van Thomas Oliemans

De zwerver

Hoe helder spreekt het maanlicht
tot mij,
me aansporend op reis te gaan:
‘Volg trouw het oude spoor,
kies je geen thuis.
Anders bezorgen de zware dagen
je een eeuwige last;
op weg naar het andere
moet je veranderen, moet je zwerven
om gemakkelijk te ontkomen aan iedere klacht.’

Zachte eb en hoge vloed,
vol moed,
zwerf ik zo in het donker verder,
klim moedig omhoog, zing opgewekt,
en de wereld doet zich goed aan mij voor.
Al het mooie
bezie ik met milde blik,
niets vertroebeld
in de hitte van de dag verwelkt:
vreugdevol omgeven, maar alleen.


Der Wanderer

Wie deutlich des Mondes Licht 
Zu mir spricht,
Mich beseelend zu der Reise: 
„Folge treu dem alten Gleise, 
Wähle keine Heimat nicht. 
Ew’ge Plage
Bringen sonst die schweren Tage;
Fort zu andern
Sollst du wechseln, sollst du wandern, 
Leicht entfliehend jeder Klage.“

Sanfte Ebb’ und hohe Flut,
Tief im Mut,
Wandr’ ich so im Dunkeln weiter, 
Steige mutig, singe heiter,
Und die Welt erscheint mir gut. 
Alles reine
Seh’ ich mild im Widerscheine, 
Nichts verworren
In des Tages Glut verdorren:
Froh umgeben, doch alleine.

Tekst: Friedrich von Schlegel

Muziek: Franz Schubert