De woorden die wij gebruiken hebben ongekend veel invloed op onszelf en de mensen om ons heen. Het is dus zeker de moeite waard om jouw taalgebruik eens goed onder de loep te nemen én waar nodig aan te passen. Ons stappenplan helpt je daarbij.

De hele dag door gebruiken we woorden met een negatieve bijklank; moeten, moeilijk, vervelend en ga zo maar door. En zonder dat je het doorhebt sijpelt die negatieve taal door in heel veel aspecten van je leven.

Want ga maar na: als jij omringd wordt door mensen die constant aan het klagen zijn en verbale kritiek uiten op alles wat je doet, dan ben je waarschijnlijk niet je beste zelf. Je wordt er onzeker van, gaat op je tenen lopen en krijgt angst om jezelf te zijn. En als jij niet lekker in je vel zit heeft dit bijvoorbeeld weer invloed op hoe je je werk uitvoert of wat voor ouder, zus, vriend of partner je bent.

De gelukskaartjes van Anne Sophie

Anne Sophie maakt gelukskaartjes voor onbekenden

Praten tegen jezelf

Woorden zijn dus ongekend krachtig. En daarom is het zo belangrijk om te letten op de taal die je uitslaat. Niet alleen in de communicatie met anderen, maar ook, of misschien wel juist, in communicatie met jezelf.

Zelfspraak, of je innerlijke dialoog, is het praten tegen jezelf in je gedachten. Negatieve zelfspraak kan bijvoorbeeld leiden tot een laag zelfvertrouwen, angst en een negatief zelfbeeld. Terwijl positieve zelfspraak ons juist helpt bij het bereiken van onze doelen, het verminderen van stress en het vergroten van ons zelfvertrouwen.

'Wanneer jij zorgt voor je taalgebruik, zal je taalgebruik zorgen voor jou'

Filosoof Luis Castellanos

Gelukkiger en creatiever

De Spaanse filosoof Luis Castellanos is een pionier in onderzoek naar positieve taal en volgens hem neemt het reactievermogen van de hersenen toe wanneer ze positieve woorden opvangen. Zo kan iemand attenter, creatiever worden én gelukkiger worden.

Kortom; positief taalgebruik helpt ons de relatie met onszelf én anderen te verbeteren, beïnvloedt de manier waarop we de wereld zien en kan van positieve invloed zijn op de manier hoe we ons voelen. Reden genoeg dus om je taalgebruik onder de loep te nemen. Dit stappenplan helpt je daarbij.

 

Stap 1: Houd een logboek bij

De eerste stap is het in kaart brengen van jouw taalgebruik. Houd bijvoorbeeld een paar dagen een logboek bij en zodra je jezelf betrapt op negatieve gedachten of uitspraken, schrijf je ze op.

Stap 2: Analyseren

Pak je logboek erbij en kijk eens héél kritisch naar wat daarin staat. Gebruik je veel negatieve taal? En in welke situaties dan? Spreek je vooral jezelf negatief toe, of uit je je ook zo naar anderen? Stel bij alles wat je hebt opgeschreven jezelf de vraag: is het waar wat ik zeg en denk? Ben ik écht een mislukkeling, of denk ik dat alleen? Is mijn collega écht lui of zijn dat mijn aangeleerde vooroordelen over mensen die niet fulltime werken?

Stap 3: Omdenken

Als je je taalgebruik in kaart hebt gebracht en weet waar je kunt verbeteren, kun je jezelf positievere taal gaan aanleren. Onderzoek hoe je de dezelfde boodschap kunt brengen met positievere taal. Zijn er bijvoorbeeld positievere synoniemen voor negatieve woorden? Dus van: ‘Ik moet sporten om af te af te vallen, naar: ‘Ik wil mijn lichaam bewegen zodat ik lekker in mijn vel zit.’

 

Tip!

Bij het aanleren van positiever taalgebruik geldt: oefenen, oefenen, oefenen. En onthoud daarbij déze vuistregel: Als je het niet tegen je beste vriend zou zeggen, zeg het dan ook niet tegen jezelf (of je collega’s, familieleden, cassières, groenteboer enzovoort).

P.S.

Hoewel het dus echt de moeite waard is om positiever taalgebruik door te voeren, is negatief taalgebruik ook nodig. Een stevig potje klagen of zwelgen in zelfmedelijden moet af en toe kunnen, zolang het maar niet de boventoon gaat voeren.