Kwart van basisscholen heeft te maken met online shaming

Een op de vier basisscholen heeft te maken met het ongewenst verspreiden van digitale naaktfoto’s van leerlingen, blijkt uit onderzoek van het journalistieke platform Pointer en DUO Onderwijsonderzoek & Advies naar het basis- en voorgezet onderwijs. Dat terwijl scholen op dit moment niet verplicht zijn om les te geven over online shaming.

Een kwart van de leerlingen uit groep 7 en 8 komt al in aanraking met ongewenste naaktfoto’s of video’s, via bijvoorbeeld WhatsApp, Instagram of TikTok, blijkt uit de ingevulde vragenlijst. “Er waren foto’s gemaakt tijdens het douchen na de gymles die later rondgingen”, vertelt een leerkracht van een Rotterdamse basisschool. 

Niet verplicht

In het voortgezet onderwijs komt online shaming vaker voor. Negen van de tien ondervraagde zorgcoördinatoren geeft aan dat het speelt op hun school. “Het is een maatschappelijk probleem dat standaard moet worden opgenomen in het lessenpakket. Dit zou vanuit Den Haag geregeld moeten worden”, zegt een zorgcoördinator.

De meeste zorgcoördinatoren en leerkrachten van groep 7 en 8 geven aan dat ze incidenten van online shaming als zorgelijk of zeer zorgelijk ervaren, blijkt uit de ingevulde vragenlijst. Isa IJpelaar die 13 jaar was toen een digitale naaktfoto’s met haar naam erbij plots de school rondging, legt uit dat het nog steeds een stempel drukt op haar leven, ondanks dat het 10 jaar geleden gebeurde: “Ik was vroeger heel sociaal en open, ik had vertrouwen in het leven en de mensen, nu heb ik veel wantrouwen.”

In totaal vulden 595 docenten de vragenlijst in, waarvan 410 leerkrachten uit groep 7 en 8 van de basisschool en 185 zorgcoördinatoren uit het voortgezet onderwijs, bij wie leerlingen kunnen aankloppen voor hulp als ze te maken krijgen met online shaming.

Hoewel de meeste leerkrachten en zorgcoördinatoren aangeven dat hun school er wel eens aandacht aan besteedt, bijvoorbeeld via een gastles of theatervoorstelling, zijn scholen nu niet wettelijk verplicht om het op te nemen in de lesstof. Dat komt omdat online shaming op dit moment geen onderdeel is van het curriculum, een lijst met kerndoelen opgesteld voor leraren om te onderwijzen. De laatste update van het curriculum was in 2012.

Veel vrijheid

“Nu hebben scholen veel vrijheid om het zelf in te vullen en weten ze niet altijd precies wat ze moeten doen”, zegt Paulien van Haastrecht, interim-directeur van kennis- en onderzoekscentrum voor seksualiteit Rutgers. De onderwijsvernieuwingen, met daarin ook aandacht voor online shaming, ligt al jaren op de plank te wachten op uitvoering. “Het proces lijkt behoorlijk stil te liggen, wij wachten met ongeduld op verbetering”, zegt Van Haastrecht.

“Het is echt belangrijk dat hier aandacht aan besteed wordt”, reageert demissionair minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media). “Alles moet er nu op gericht zijn om in de volgende kabinetsperiode, en wat mij betreft zo snel mogelijk, dit af te ronden en wettelijk te verankeren dat mediawijsheid op scholen aan de orde moet worden gesteld.”

Lesmateriaal en kennis

Om leerlingen goed te kunnen helpen, geven leerkrachten en zorgcoördinatoren aan met name behoefte te hebben aan geschikt lesmateriaal en meer kennis. Slob: “Als het curriculum daadwerkelijk gewijzigd wordt en dit een onderdeel daarvan wordt, dan weten we dat er meer aanbod in ondersteuning en lesmateriaal voor de scholen gaat komen.”

Pointer, zondagavond om 22.10 uur bij KRO-NCRV op NPO 2.