Gin is hip, jenever van vroeger. Tenminste, zo worden de dranken vaak neergezet. Deze twee alcoholische versnaperingen hebben echter meer met elkaar gemeen dan hun imago doet vermoeden. Ze worden namelijk allebei met jeneverbes gemaakt. Verschillen jenever en gin echt van elkaar of is gin gewoon de hippe Engelse naam voor jenever?
De jeneverbes als gemene deler
Zowel jenever als gin hebben hun smaak te danken aan de jeneverbes. Dat kleine blauwzwarte besje geeft de dranken hun kenmerkende kruidige smaak, die vaak wordt omschreven als een mengeling van dennen, citrus en specerijen.
Maar dezelfde bes maakt nog niet dezelfde drank. Want hoewel jenever en gin familie zijn, is de productiemethode en smaak totaal verschillend.
Wat is jenever precies?
Het verhaal begint met jenever, of eigenlijk, met brandewijn: gedestilleerde wijn die in de middeleeuwen onder meer als medicijn werd gebruikt. Om de vermeende geneeskrachtige werking te versterken, voegden stokers allerlei kruiden toe. Ook de jeneverbes belandde in de ketel.
Die drank met jeneverbessen viel blijkbaar zo goed in de smaak dat hij niet alleen meer als medicijn werd gedronken. Jenever was geboren.
Traditionele jenever wordt gemaakt met moutwijn. Dat is een kruidig en graanachtig distillaat van granen zoals gerst, rogge of maïs. Juist die moutwijn geeft jenever zijn volle en soms wat whiskyachtige smaak.
De jeneverbes blijft voor zowel gin als jenever onmisbaar
Jonge en oude jenever
Wie denkt dat jonge jenever korter heeft gerijpt dan oude jenever, komt bedrogen uit. De woorden jong en oud zeggen namelijk niets over de leeftijd van de drank.
Het verschil zit vooral in de samenstelling. Jonge jenever bevat minder moutwijn en meer neutrale alcohol. Daardoor smaakt hij doorgaans lichter en neutraler. Oude jenever bevat meer moutwijn en heeft daardoor vaak een vollere, kruidigere graansmaak.
En dan is er ook nog korenwijn. Die bevat relatief veel moutwijn en ligt qua smaak het dichtst bij de traditionele, volle jenever. Maar wat is gin dan?
Hoe jenever gin werd
Toen de Engelsen tijdens de tachtigjarige oorlog in 1568 naar Nederland kwamen om te helpen de Spanjaarden te verslaan, kregen ze van de Nederlandse soldaten een slok jenever voor ze ten strijde trokken. Dit is waar de Engelse uitspraak 'Dutch Courage' vandaan komt: het beschrijft de moed die je krijgt als je gedronken hebt.
Of het verhaal precies zo is verlopen, valt moeilijk te bewijzen. Zeker is wel dat een jeneverbessendrank vanuit de Lage Landen in Engeland terechtkwam. Daar werd de naam jenever, samen met het Franse genièvre, uiteindelijk verbasterd tot gin.
Uitbetaald in gin
Toen Willem van Oranje in 1689 de Engelse Troon bezette mocht ineens iedereen zelf alcohol stoken. De Engelsen ontwikkelden een eigen destilleermethode voor gin, waardoor jenever en gin twee aparte dranken zijn geworden. Arbeiders werd soms in gin uitbetaald en door de lage prijs werd het een populaire (en verwoestende) drank onder de armen.
Gin wordt doorgaans gemaakt van neutrale alcohol. Die alcohol heeft van zichzelf weinig smaak. De smaak wordt er later aan toegevoegd met jeneverbessen en andere plantaardige ingrediënten, ook wel botanicals genoemd.
Denk aan korianderzaad, engelwortel, citrusschillen, kardemom, komkommer of peper. Iedere producent kan een andere verzameling planten, kruiden en specerijen gebruiken. Vandaar dat de ene gin fris naar citroen smaakt en de andere eerder naar bloemen, kruiden of zelfs drop.
Het verschil tussen gin en jenever
Bij jenever komt een groot deel van de smaak uit de alcoholbasis zelf, vooral wanneer er moutwijn is gebruikt. Je proeft granen, mout en soms tonen die aan whisky doen denken. Bij gin is de alcoholbasis juist zo neutraal mogelijk. De jeneverbessen en andere botanicals moeten daar de smaak aan geven. Simpel gezegd: bij jenever proef je vooral wat er is gestookt, bij gin vooral wat er tijdens of na het stoken aan is toegevoegd.
Daarnaast kan het alcoholpercentage tussen gin en jenever ook flink verschillen. Het alcoholpercentage van gin is wettelijk vastgesteld op minimaal 37.5%. Dat is meer dan er in jenever hoeft te zitten.
Verschillende manier van drinken
Jenever wordt traditioneel puur gedronken, soms met een biertje ernaast. Die combinatie kennen we als een kopstoot. Gin wordt juist vaak gemengd met tonic. Niet alleen omdat een gin-tonic er met ijs, citrus en komkommer aantrekkelijk uitziet, maar ook omdat gin behoorlijk droog en krachtig kan smaken. De tonic maakt het geheel frisser en zoeter.
Conclusie
Jenever en gin danken allebei hun naam en smaak aan de jeneverbes. Toch zijn het verschillende dranken.
Jenever bevat vaak moutwijn, waardoor de smaak van graan en het distillaat zelf een belangrijke rol speelt. Gin begint meestal met neutrale alcohol en krijgt zijn smaak vooral van jeneverbessen en andere botanicals.
Gin mag tegenwoordig dan de hippe tak van de familie zijn, zonder jenever had het drankje vermoedelijk nooit bestaan. Oude borrel, jonge hype.