Een nieuwe column van Annemiek Schrijver. 

Soms overvalt moedeloosheid me. Letterlijk. Het is een overval. Ogenschijnlijk vanuit het niets valt er een doffe deken over m’n hoofd. Waar die ineens vandaan komt? Misschien omdat een mens zich dan al een tijd heeft groot- en ingehouden, het vele barre nieuws dat via allerlei media tot ons komt dapper negerend. Want waar laten we het allemaal? En dan is daar plots die doffe klap.

De directe aanleiding heeft altijd te maken met stemverheffing. Een moeder die het hoorbaar zat is, een hondenbezitter die hard tegen z’n huisdier schreeuwt. Stemmen die de stilte woest aan flarden scheuren. Op dit soort momenten hoor ik een kinderstem in me fluisteren: ‘Was opa hier nog maar. Als hij ons weer uit de bijbel zou voorlezen, zou alles goed komen.’

Beetje wonderlijk misschien, maar ik weet dat ik niet de enige ben die dit verlangen kent. Mijn grootvader heeft een groot nageslacht voortgebracht en wij allen snakken naar zijn timbre. Betreur ik het dat er geen geluidsopname bestaat van hem als hij uit de bijbel voorleest? Ik geloof het niet. Als de doffe moedeloosheid toeslaat, staat hij in ons op. Hij is ons zacht klinkend erfgoed. Als hij zijn stem gebruikt, wekt hij de innerlijke stilte van zijn kleinkinderen: ‘We lezen Filippenzen 4 vers 4: Nogmaals zeg ik u, verheug u!’ Zal ik doen grootvader, zal ik doen

Altijd als eerste de nieuwe columns van Annemiek Schrijver lezen?

Schrijf je dan nu in voor de KRO-NCRV inspiratienieuwsbrief en ontvang elke week de mooiste verhalen in je mailbox! 

Ik schrijf me in!