Thaddeüs was een discipel van Jezus die de koning van Edessa zou hebben genezen.

Zeventig Leerlingen

Eusebius van Caesarea vertelt in boek I (hoofdstuk XIII) van zijn Kerkelijke Geschiedenis een lang verhaal over ene Thaddeüs. Maar daarmee bedoelde hij niet een van de Twaalf, maar een van de Zeventig Discipelen van Jezus. In een aantal legendes zijn deze twee met elkaar vereenzelvigd.



Genezing van koning Abgar

De zieke koning Abgar van Edessa, zo schrijft Eusebius, geloofde dat Jezus een goddelijke wonderdoener was en verzocht Hem om genezing. Jezus schreef Abgar een brief terug waarin Hij de vorst beloofde hem een leerling te sturen. Na de Hemelvaart van Jezus werd Thaddeüs door de Apostel Thomas naar Edessa "als heraut en verkondiger van Christus' leer" gestuurd. Hij genas de koning in Jezus' naam. Na het wonder gaf de koning het bevel aan al zijn onderdanen om te luisteren naar Thaddeüs' verkondiging van het Evangelie, aldus Eusebius.

Apostel

Hoewel Thaddeüs geen lid was van de Twaalf, wordt hij soms als apostel aangeduid. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de Kerken van de Byzantijnse Ritus, die zijn gedachtenis vieren op 21 augustus.

Dood

Sint-Thaddeüs (Mor Addai) wordt in het Oosten vereerd als de stichter van de Kerk van Edessa, de tegenwoordige stad Şanlıurfa in Zuidoost-Turkije. Na zijn verblijf in Edessa vertrok hij naar Libanon, naar de stad Berit (het huidige Beiroet), waar hij het Evangelie predikte en een christengemeente stichtte. Daar zou hij in het jaar 44 een natuurlijke dood zijn gestorven; andere bronnen zeggen dat zijn dood in Edessa had plaatsgevonden. Volgens een oude Armeense traditie werd Thaddeüs echter onthoofd in de regio Artaz.

Armenen

De Armeens-orthodoxe Kerk beschouwt Sint-Thaddeüs als haar stichter. Hij wordt de Apostel van Armenië genoemd en vereenzelvigd met Sint-Judas Thaddeüs. Het beroemde Armeense Sint-Thaddeüsklooster in Iran werd te zijner eer gesticht.